OPENINGSWOORD
Beste mensen, wij vierden afgelopen vrijdag het hoogfeest van het Heilig Hart van Jezus. In aanloop naar het 100-jarig jubileum van onze parochie ‘H. Hart van Jezus te Nieuwenhagerheide’ op 2 juli a.s. wil ik een overdenking uitspreken ter ere van het H. Hart van Jezus.
Wij kennen allemaal wel die uitspraak van Jezus in het evangelie: “Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt.” Wij mogen met al onze problemen bij Hem komen. En wij hebben allemaal wel wat. Geen mens is vrij van grote of kleine problemen. Ieder huisje heeft zijn kruisje.
Wij weten natuurlijk niet precies hoe en wanneer God ons zal helpen. Zijn wegen zijn wonderbaar en ondoorgrondelijk.
Wij weten in ieder geval allemaal zoveel van God af, dat wij ervan doordrongen zijn, dat Hij een heel grote liefde voor ons heeft, een groot Hart. Proberen wij in dat vertrouwen deze heilige Eucharistie te vieren. Belijden wij eerst ons eigen gebrek aan liefde.

OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. God, wij hebben geen woorden om te zeggen hoe groot en hoe diep de liefde is, die Gij ons hebt betoond in het Hart van Jezus, uw Zoon. Leer ons verstaan dat wie bemint, zichzelf moet geven en dat uw liefde de kern moet worden van ons bestaan. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die… . Amen.

PREEK
“Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt.” We kennen deze tekst wel. En juist daarom bestaat het gevaar, dat wij de diepe inhoud van deze woorden over het hoofd zien. Laten wij daarom eens een stukje bijbelstudie verrichten.
“Komt allen,” staat er. Dat woord drukt een beweging uit. Een gaan van de plaats waar je bent naar de plaats waar Jezus is. We kunnen dat op twee manieren opvatten. Een lichamelijke tocht: je gaat naar de kerk waar Jezus lichamelijk aanwezig is onder de gedaante van brood en wijn.
En wij kunnen het zien als een geestelijke reis: je nadert tot Jezus, die leeft in de diepte van je eigen hart, in het hart ook van je naaste.
Wie zijn nu die “allen” die tot Hem mogen komen? Dat zijn de mensen, die “uitgeput zijn” en de mensen, die onder “lasten gebukt gaan.” Daar zit verschil tussen.
Het “uitgeput” zijn wijst meer op een innerlijk, een psychisch lijden. Een mens is als het ware een put met water. Bijvoorbeeld, andere mensen kunnen zo vaak een beroep doen op jouw goedheid, dat je op een gegeven moment jezelf helemaal gegeven hebt. Je bent leeg-geput, uitgeput. Je bent jezelf voorbijgelopen. Je energie is op.
Het “onder lasten gebukt gaan” zou kunnen duiden op een lichamelijk of materieel lijden. Mensen zijn hun leven lang gehandicapt, ziek. Zij gaan gebukt onder werkeloosheid. Zij dreigen hun huis uitgezet te worden vanwege niet meer af te betalen schulden. Maar vaak is het zo, dat geestelijk en lichamelijk lijden samengaan.
Wat zegt Jezus nu verder? “Komt allen tot Mij … en Ik zal u rust en verlichting schenken.” De rust is voor degenen, die uitgeput zijn. De verlichting voor hen, die onder lasten gebukt gaan. Beide soorten van “zieken,” zieken tussen aanhalingstekens, wil Jezus genezen.
Dan komen we toch weer even terug bij de vraag hoe God ons dan zal helpen. Het antwoord is: Hij doet het niet zonder onze medewerking! Hij zei immers: “Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart.”

Wij zullen er zelf toe moeten besluiten zijn juk te willen nemen; dragen, en dan zullen wij het natuurlijk nog moeten doen ook! Wijzelf zullen moeten proberen te leren, inzicht te krijgen in wie Jezus is: een zachtmoedige en nederige God.
En dat is dan ook tegelijk het medicijn, dat Jezus ons geeft, het geneesmiddel, waardoor wij rust en verlichting zullen kunnen ervaren. Wij zullen in navolging van Hem moeten proberen zachtmoedig en nederig te zijn tegenover onze naasten, ja, ook tegenover onszelf!
Beste mensen, zoals gezegd, ieder huisje z’n kruisje. Wij hebben bijvoorbeeld mensen in onze omgeving, die ons – hoe dan ook – het leven behoorlijk zuur maken. Jezus zegt: neem dat juk op je schouders en wees zachtmoedig. Dat wil niet zeggen, dat je het maar allemaal goed moet vinden, zeker niet, maar wij zouden er niet opstandig onder moeten worden. Wij moeten de problemen niet met geweld te lijf gaan.
Wij hebben bepaalde talenten, die wij niet hebben kunnen ontwikkelen zoals wij eigenlijk wilden. Wij hebben bepaalde eigenaardigheden, waar wij ook zelf last van hebben, en wij kunnen er maar niet los van komen. Dan toch zachtmoedig zijn, d.w.z. niet kwaad worden op jezelf, op andere mensen en omstandigheden, die er de oorzaak van zijn. Proberen te aanvaarden dat je nu zo bent. Beseffen, dat God je wel tot iets beters roept, maar ook weten, dat Hij je aanvaardt zoals je nu nog bent.
Beste parochianen, een goede manier om vandaag het heilig Hart van Jezus nog eens te vereren is het bidden van de litanie van het heilig Hart van Jezus, een toewijding tot het heilig Hart te bidden, maar de mooiste manier van verering is zelf “hart hebben voor” God en voor mensen. Hart hebben voor, bij Jezus betekent dat: zachtmoedig en nederig zijn. Twee termen, die misschien helemaal uit de tijd zijn. We mogen het ook anders noemen, bijvoorbeeld: vriendelijk zijn en jezelf en anderen aanvaarden, maar hoe wij het noemen is niet zo belangrijk. Laten wij het in praktijk proberen te brengen en wij weten allemaal dat dat soms heel moeilijk is.
Laten wij echter deze twee deugden in onszelf proberen te verbeteren. Dan zullen wij inderdaad “rust en verlichting” ervaren.

Advertenties