Dertiende zondag door het jaar A

2 Kon. 4,8-11.14-16a en Rom. 6,3-4.8-11 en Mt. 10,37-42

Gastvrijheid staat in het Oosten en dus ook in Bijbel hoog aangeschreven. Maar toch gaat het deze zondag om meer dan eenvoudige gastvrijheid. Elisa wordt door de Sunamitische vrouw gastvrij gehuisvest, omdat Hij een man Gods was. De gastvrijheid aan Elisa bewezen is zo een daad van gastvrijheid en liefde tegenover God zelf.

Dat wordt onderstreept door het evangelie, we lezen; “wie een van deze kleinen al was het maar een beker koud water geeft, omdat hij mijn leerling is, voorwaar, Ik zeg u: zijn loon zal hem zeker niet ontgaan.” Ook hier wordt de beloning gegarandeerd aan iemand die iets goeds doet aan iemand die een leerling van Jezus is: het is dan een daad van gastvrijheid en liefde tegenover Jezus zelf.

Elders in het evangelie zegt Jezus in het algemeen; “al wat gij aan de minsten der mijnen gedaan heb, hebt gij aan Mij gedaan”. Daar zegt Hij: zelfs wat je zonder aan Jezus te denken aan de armen doet, doe je feitelijk aan Hem, zonder dat je het in de gaten hebt.

Hier is het meer bewust: de welgestelde vrouw bewijst eer aan Elisa omdat hij een man Gods is; die een beker water geeft doet het omdat het een leerling van Jezus is die dorst heeft. Daarmee zegt de Schrift: eerbied en liefde voor mensen die nauw met God, met Jezus verbonden zijn, wordt beschouwd als eerbied en liefde jegens God, jegens Jezus. Dat wordt beloond.

God moet immers altijd in het middelpunt staan, ook in de omgang met je medemensen. En dan staat er heel scherp aan het begin van het evangelie van vandaag; “wie vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig; wie zoon of dochter meer bemint dan Mij is Mij niet waardig.” Betekent dat dat Jezus je zou dwingen in bepaalde omstandigheden op te houden van je vader of moeder, of van je zoon of dochter te houden? Nee, dat betekent het niet. Kinderen moeten onder alle omstandigheden van hun ouders blijven houden en ouders van hun kinderen. Dat staat buiten kijf.

Maar liefde is niet zomaar een gevoel, een emotie. Christelijke liefde is altijd de bezorgdheid en de inzet voor het echte geluk van de ander. Het houden van je kinderen, het houden van je ouders moet voor een gelovige gemotiveerd worden door de liefde voor Jezus. De liefde tot Jezus en dus ook tot God moet de liefde tot de naaste bepalen. Te vaak laten we ons echter leiden door natuurlijke emoties en noemen dat liefde. Van nature, en we zien het in de dierenwereld ook, heeft de ouder de neiging zijn kind altijd in bescherming te nemen. Dat doet een kloek met haar kuikens, een leeuw met haar welp.

Maar wat Jezus vandaag in het evangelie wil zeggen, is: als je je in de liefde tot je ouders, tot je kinderen alleen laat bepalen enkel door natuurlijke emoties, zonder daarbij je gevoelens te laten leiden door de liefde voor Christus, de liefde voor God, door de normen van hun liefde, dan mag je je eigenlijk geen christen noemen.

Wij zijn gedoopt, wij hebben de oude mens met zijn zonde afgelegd! Die is sacramenteel in het doopwater gestorven en wij zijn met Christus verrezen. Daarom moeten we onszelf beschouwen en gedragen als mensen die leven voor Gods liefde in Jezus Christus. Onze Heer. Amen.

Cor Mennen,  vgl. http://www.mennenpr.nl/zondag_13a.html

Advertenties