WAT AAN JEZUS’ LIJDEN EN STERVEN VOORAFGING

Samenzwering tegen Jezus

Afscheid mei 2011Tijdens zijn aardse leven had Jezus verschillende malen aangekondigd, dat Hij veel zou moeten lijden (zie Mt.15,21-23 en 17,21-22; Mc.8,31-33 en 9,30-31; Lc.9,23-27 en 44-45). Dit lijden zou Hem worden aangedaan door de oversten van de joden, terwijl Hij op de eerste plaats voor het joodse volk gekomen was. De oorzaak zou liggen in het feit dat men Hem niet zou aanvaarden. Al snel bleek tijdens Zijn openbaar leven dat men naar mogelijkheden zocht om Hem uit de weg te ruimen.

De grootste samenzwering tegen Jezus Christus door de geestelijke leiders van de joden begon, toen Hij Lazarus ten leven gewekt had. Géén enkel ander wonder was zó opzienbarend geweest. Aan een man die al vier dagen in het graf lag – en in die warme landen is een lijk al binnen vier dagen in staat van ontbinding – had Jezus het leven teruggegeven. Zo wilde Jezus tonen dat Hij de Heer van het leven is.

Vele joden bekeerden zich door dit wonder. De geestelijke leiders van het volk waren bezorgd, of men echt ging geloven dat Hij de Zoon van God – de Messias – was. De hartstocht had deze leiders overmeesterd; nu wilden ze Jezus doden om zelf de macht te behouden, want zij zagen dat de mensen steeds meer in Jezus gingen geloven. De nijd stak bij hen de kop op. Uit nijd, jaloezie en woede wilden zij een mens doden.

Zij gaan zoeken op welke gronden zij Jezus ter dood kunnen brengen. Want Jezus had alleen maar goede werken gedaan en aan iedereen welgedaan. Men kan toch geen mens vonnissen op grond van zijn goede werken. Het enige wat tegen Jezus ingebracht kan worden, is dat allen in Hem zullen gaan geloven, als Hij in leven blijft!

De geestelijke leiders komen tot het besluit dat men geen rekening moet houden met Zijn onschuld, noch met Zijn rechtvaardigheid, noch met de wet, máár men heeft slechts te doen wat dienstig is voor het algemeen welzijn. De geestelijke leiders van de joden zijn het met elkaar eens en zo, onder mooie voorwendselen, komt men tot de noodlottige samenzwering om Jezus ter dood te brengen.

Men kwam tot de conclusie dat het goed was, als een mens stierf voor het heil van de wereld. Echter daartoe was Jezus op aarde gekomen om voor ons allen te sterven, opdat wij zo het goddelijk leven, dat door Adam en Eva verloren was gegaan, weer terug zouden krijgen. Na de opwekking van Lazarus gaat Jezus naar Jeruzalem, de plaats waar alles voltrokken zal worden.

Het Paasmaal

Het begon zo glorievol. Mensen juichten Hem toe, legden hun kleren op de grond, zwaaiden met palmtakken. Het leek op een feest, waaraan nooit meer een einde aan zou komen. Toch eindigde alles dramatisch…

Daar in Jeruzalem wilde Jezus het Paasmaal vieren met zijn leerlingen. Echter onder zijn leerlingen zat een Judas, de verrader. In Betanië had Maria Magdalena de voeten van Jezus gezalfd met kostbare balsem. Judas was opstandig geworden en had gevraagd, waarom die balsem niet verkocht was om de armen te helpen. Hij vroeg dat niet, omdat hij medelijden met de armen had, maar om zichzelf te verrijken. Judas bewaarde het geld en was een dief. Jezus gaf hem als antwoord: ‘Armen zullen jullie altijd hebben en jullie zullen altijd voor ze moeten verzorgen, maar Ik zal niet altijd lichamelijk bij jullie blijven’.

Judas wilde zich daarvoor wreken. De duivel nam bezit van hem. Hij ging naar de geestelijke leiders en vroeg hoeveel geld zij wilden geven, als hij Jezus aan hen overleverde. Zij boden hem dertig zilverlingen. Van toen af zocht Judas een gunstige gelegenheid om Jezus over te leveren.

Ondanks het feit dat Jezus wist wat er gebeuren gaat, raakte Hij niet ontstemd. In alle rust wilde Hij het Paasmaal vieren. Voor ons het grootste geluk, want met dit Paasfeest wil Jezus gedenken, dat we verlost zijn van de zonde en in staat van genade zijn gekomen. We zijn van straf ontslagen en overgebracht naar de genade. Jezus wil ons geluk, want daarvoor is Hij bij ons gekomen.

Jezus’ voorbeeld van liefde en dienstbaarheid

Jezus verlangt er vurig naar dit Paasmaal te vieren. Dat vurige verlangen komt voort uit Zijn liefde voor ons, voor onze onsterfelijke zielen.

Als zij aan tafel gaan om dit te vieren, legt Jezus Zijn bovenkleed af en omgordt zich met een lendendoek. Hij gaat het nederigste werk verrichten, wat normaal een slaaf doet. Hij schaamt zich niet om de voeten van Zijn leerlingen te wassen. Hij wil ons een voorbeeld geven van dienstbaarheid. Zo komt Jezus ook bij Petrus. Nog maar pas kortgeleden had Petrus beleden dat Jezus de Zoon van de levende God was. Nu knielt Jezus neer voor Petrus om hem de voeten te wassen. Petrus ziet verontwaardigd toe en zegt dan dat Jezus hem in de eeuwigheid niet de voeten zal wassen, want een Zoon van de levende God kan toch geen slavenarbeid verrichten. Als Petrus daaraan blijft vasthouden, zegt Jezus dat hij dan niet bij Hem kan horen. Petrus wil echter niets liever dan bij Jezus te horen. Daarom zegt hij: ‘Dan niet alleen mijn voeten, maar dan helemaal!’ Als Jezus klaar is, zegt Hij: ‘Ik heb jullie een voorbeeld gegeven, ook jullie moeten dienstbaar zijn.’

Instelling van de heilige Eucharistie

Klaar om de maaltijd te gaan vieren, legt Jezus de leerlingen uit dat dit de laatste keer is dat zij zo samen aan tafel gaan. Dit zal pas weer gebeuren, als zij het doen in het Koninkrijk Gods. Toch wilde Jezus ons niet verweesd achterlaten, daarom geeft Hij Zichzelf uit handen en levert Zich over aan ons.

Tijdens de maaltijd neemt Hij brood in Zijn handen, spreekt de dankzegging uit, breekt het en geeft het Zijn leerlingen met de woorden: ‘Neemt en eet hiervan gij allen, want dit is Mijn Lichaam, dat voor u gegeven wordt’.

Zo neemt Hij ook de beker met wijn gevuld en zegt: ‘Neemt en drinkt allen hiervan, want dit is de beker van het nieuwe altijddurende Verbond. Dit is Mijn Bloed, dat voor u gegeven wordt tot vergiffenis van de zonden. Blijft dit doen om Mij te gedenken’.

Zo levert Jezus Zichzelf aan ons over. Aan ons hoe wij met Jezus omgaan – tot vreugde of tot lijden. Om Judas nog op andere gedachten te brengen, mag hij bij de instelling tegenwoordig zijn, ondanks zijn onwaardigheid. Een tweede poging van Jezus ten opzichte van Judas is dat Hij openbaart dat een van de twaalf Hem gaat overleveren. Misschien door de schok van het bekend zijn van het verraad zal Judas andere gedachten krijgen. Een derde poging komt, nadat de leerlingen vragen wie het zijn zal. Jezus zegt dan: ‘Hij is het aan wie Ik het stuk brood zal geven dat Ik ga indopen’. Vervolgens neemt Jezus een stuk brood van de schotel, doopt het in en reikt het toe aan Judas.

De pogingen van Jezus om Judas te bekeren lukken niet. De duivel heeft Judas in zijn macht. Judas staat op en gaat weg. Hij verontreinigt het Allerheiligste niet. Jezus zegt dan nog liefdevol: ‘Wat je te doen hebt, Judas, doe dat snel’.

Laatste woorden en opdracht

Jezus viert de Eucharistie met Zijn leerlingen en zij ontvangen voor de eerste maal onder twee gedaanten de heilige Communie. Nadat zij de Eucharistie gevierd hebben, zegt Jezus: ‘Laten we gaan, mijn verrader is nabij’. Nadat alles zo glorievol was begonnen, komt nu de angst en het lijden nabij. De vreugde is weg en de dood dichtbij. Voordat zij naar de hof van Olijven gaan, spreekt Jezus zijn afscheidsrede:

‘Nog veel had Ik u te zeggen, maar er is geen tijd meer voor. Vader, mogen allen één zijn, zoals Wij één zijn. Kinderen, hebt elkander lief, want daaraan zal de wereld zien dat jullie Mijn leerlingen zijn.’

Na de opdracht van het één-zijn en het gebod van de liefde gaat Jezus naar de hof van Olijven. Daar zal zijn lijdensweg beginnen.

Gedachten ter overweging

*  Na de opwekking van Lazarus geloofden vele joden in Jezus. Geloven ook wij werkelijk in Jezus en laten wij dat zien door onze werken?

*  De afgunst, jaloezie, haat en nijd deden de geestelijke leiders Jezus overleveren. Trachten wij deze ondeugden te voorkomen in ons leven?

*  Het uit zijn op geld en rijkdom deed Judas Jezus overleveren. Is ons leven gericht op rijkdom of om boven alles Jezus te dienen?

*  Petrus wil zich geheel door Jezus laten wassen om bij Hem te horen. Door het heilig Doopsel heeft Jezus ons rein gewassen en behoren wij Hem toe. Leven wij echt vanuit ons Doopsel, vanuit ons Kindschap Gods?

*  Jezus heeft een voorbeeld gegeven van dienstbaarheid. Willen wij ook echt Jezus dienen ten bate van onze naasten?

*  In de Eucharistie geeft Jezus Zichzelf aan ons. Gaan wij altijd heilig om met Jezus in de heilige Communie?

*  Jezus probeerde om Judas uit de macht van de duivel te verlossen. Laten ook wij ons door Jezus verlossen in het sacrament van de Biecht of verharden wij ons in het kwaad?

*  Jezus heeft opdracht gegeven om één te zijn en elkaar lief te hebben. Trachten wij in ons leven deze opdracht in het leven van elke dag waar te maken?

*  Jezus heeft gaarne voor ons geleden om ons te verlossen. Zijn wij Hem daar wel altijd dankbaar voor en proberen wij door Zijn lijden te overwegen kracht naar kruis te krijgen?

Opwekking

Laten we in de komende dagen het lijden van onze Heer Jezus Christus overwegen om steeds beter te begrijpen wat Hij voor ons geleden heeft. Wij zullen hieruit kracht krijgen om ons eigen kruis dagelijks te kunnen dragen. Wij zullen steeds dankbaarder worden voor wat Hij voor ons gedaan heeft. Deze dankbaarheid zal mij er steeds weer toe aanzetten om beter kind van God te worden. De band met Hem zal hechter worden. Zo zal ik zelf waakzamer zijn om mijn eigen leven te heiligen. Ook mogen we nadenken over de sacramenten, die Christus ons door de Kerk schenkt. De grote gave van heiligmakende genade wordt ons in deze sacramenten geschonken. We zullen ze met steeds grotere eerbied ontvangen en zo zullen ze vrucht dragen in ons leven.

Van harte hoop ik dat de Goede Week ons tot het gezegende Paasfeest zal brengen.