13de Zondag door het jaar. Jaar A. 2020.
naasteOp het eerste gezicht lijkt het een vreemd evangelie. Enerzijds roept Jezus op Hem meer te beminnen dan vader of moeder, zoon of dochter; anderzijds roept Hij op een profeet, een deugdzaam mens of een van de kleinen op te nemen. Moet iemand wel zijn eigen ouders of kinderen links laten liggen omwille van Jezus, maar tegelijkertijd zorg dragen voor anderen? Het moge duidelijk zijn dat Jezus zoiets nooit heeft bedoeld te zeggen. Maar… wat wil Hij dan wel zeggen? Wat houdt Hij ons voor met deze raadselachtige woorden?

Jezus roept ons op tot het maken van een radicale keuze voor Hem. Hij komt op de eerste plaats en niemand anders. Klinkt dit niet een beetje verwaand en aanmatigend? Neen, want Jezus is Gods Zoon, die mens is geworden, zoals wij. Hij is het die van zichzelf mag zeggen: ”Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij.” Alleen via Jezus kunnen wij bij God komen en het eeuwig leven bereiken. Nergens anders kunnen wij dus het heil vinden dan bij Hem alleen. Vandaar Jezus’ oproep tot het maken van een radicale keuze voor Hem.

De personen die menselijkerwijs het dichtst bij ons staan, zijn onze ouders of onze kinderen. Jezus echter staat nóg dichter bij ons. Vandaar de eerste plaats die Hij inneemt.

Ook voor Jezus als mensgeworden Zoon stond de hemelse Vader op de eerste plaats. Hij zei of deed niets zonder eerst Zijn hemelse Vader in het gebed te hebben geraadpleegd. Hij wilde slechts Zijn wil vervullen. Vanuit dit persoonlijke contact met God onderhield Jezus levendige contacten met de mensen voor wie Hij gekomen was. Hij sprak tot hen. Hij genas hen. Hij voedde hen. Uiteindelijk gaf Hij Zijn leven voor hen.

Hetzelfde geldt nu ook voor ons. Vanuit ons geloof in Jezus Christus mogen wij uitgaan naar onze medemensen om hen te dienen. Ons geloof wordt aldus vertaald in concrete daden van naastenliefde. Maar ook daarbij komt God altijd op de eerste plaats. In de naastenliefde laten we zien dat wij geloven in God die liefde is. Niemand mag daarom uitgesloten worden van onze liefde. Onze liefde moet een weerspiegeling zijn van Gods liefde en God houdt van alle mensen.

Ouders moeten vanuit Gods liefde zorg dragen voor hun kinderen, en kinderen voor hun ouders. Maar Gods liefde beperkt zich niet alleen tot hen; ook anderen delen in Gods liefde, wanneer ze profeet zijn en dus Gods woord verkondigen, wanneer ze deugdzaam zijn of wanneer ze leerlingen en volgelingen van Christus zijn. Wij zijn er om zorg te dragen voor elkaar.

Waarom? Omdat God het zo wil! En God beloont onze goede daden: ”Wie één van deze kleinen, al was het maar een beker koud water geeft, omdat hij Mijn leerling is, voorwaar, Ik zeg u: zijn loon zal hem zeker niet ontgaan.” Welk loon? Het loon van het eeuwig leven!