Wij verplaatsen ons naar het bijzondere gebeuren van de doop van Jezus door Johannes de Doper in de rivier de Jordaan. In het leven van Jezus ongeveer 30 jaar later. Zonder veel te zeggen geeft Jezus daar zijn visitekaartje af. Daar maakt Jezus duidelijk wat Hem beweegt en wie Hij is doordat Hij tussen mensen gaat staan en zich laat dopen.

Na 30 jaar in de verborgenheid van Nazareth verbleven te hebben, treedt Jezus in de openbaarheid. Vanaf dat moment zijn ons de woorden overgeleverd, die Hij sprak en de daden die Hij stelde. Vanaf dat moment geeft Jezus aan zijn zending om Gods mensenliefde aan ons te schenken vorm en gestalte.

Jezus toont allereerst zijn mentaliteit van solidariteit door zich te laten dopen door Johannes, Zijn achterneef die tot dan toe in de woestijn een streng en ascetisch leven heeft geleid. Als strenge asceet doet Johannes de Doper een oproep tot de mensen om zich te bekeren. Hij vraagt de mensen om in een symbolisch gebaar alle smetten die op het eigen leven kleven, af te wassen en herboren uit het water op te staan. Johannes maakt indruk op de mensen. In een lange rij wachtten zij op hun beurt om bij Johannes hun zonden te belijden en gedoopt te worden.

En dan staat er plotseling de schuldeloze Jezus, die het doopsel niet nodig heeft, toch in die rij van mensen. De Zoon van God verheft zich niet boven ons, maar gaat staan in die rij van rouwmoedige mensen.

Voor deze mensen is Jezus gekomen als hun Redder en Verlosser. Met deze mensen toont Jezus zich solidair. Ook Jezus laat zich dopen. Hij daalt af in het water en op het moment, dat Hij uit het water opstijgt, gaat de hemel open en klinkt de stem van de hemelse Vader: “Dit is mijn veelgeliefde Zoon.” Zo maakt de hemelse Vader bekend, wie Jezus is. In Jezus is het God zelf die ons heeft opgezocht. Jezus: Immanuël: God-met-ons. God is naar ons toegekomen. Meerdere keren zal Jezus verklaren, dat Hij niet gekomen is om te oordelen, maar dat Hij mens geworden is om te redden. God gaat naast iedere mens staan, wie dan ook.

Maar God dringt zich nooit op. Hij wacht op onze reactie. Daarom werkt God niet met indrukwekkende middelen. Hij gebruikt niet de sterke arm. God zet geen mens onder druk, maar wacht op zijn vrij gegeven antwoord. Hij roept niet en hij schreeuwt niet en op straat verheft Hij zijn stem niet. Het geknakte riet heeft hij niet willen breken en de kwijnende vlaspit niet willen doven. Hij ziet de goede wil en de onmacht. Hij ziet ons vallen en opstaan. Daarom wil Hij ons bijstaan, opdat de kwijnende vlaspit weer opvlamt tot een vuur dat warmte en bezieling uitstraalt. Het geknakte riet wil hij weer stevigheid geven, zodat het weer bestand is tegen de stormen des levens. Hij wil ruggengraat en houvast bieden aan zwakke en gebroken mensen, opdat ze weer rechtop staan in de moeilijkheden van het leven en niet langer neerliggen als schapen zonder herder. Hij wil ons mens laten zijn, zoals God ons bedoeld heeft en ons daartoe het voorbeeld te geven.

Toen Jezus uit het water steeg, klonk de stem van de hemelse Vader: “Dit is mijn veelgeliefde Zoon.” Het zijn woorden aan het begin van het openbaar leven van Jezus. Nu gaat Hij zijn levensopdracht waar maken. In woord en daad zal Hij tonen, dat Hij God is.

Ook wij zijn allen eens uit het doopwater gestegen en ook bij ons doopsel heeft God gezegd: “Jij bent mijn veelgeliefde zoon, mijn veelgeliefde dochter. Ik ben bij je alle dagen van je leven.” Wij mogen op God vertrouwen. Wij mogen ons zijn kind weten. En zoals de profeet het zegt: “Ook al zou een moeder haar kind vergeten, God vergeet ons nooit.” Amen.