Gen. 18, 20­32; Kol. 2, 12­14; Lc. 11, 1­13

Onbescheiden aandringen. Dat is volgens Jezus de manier waarop wij moeten bidden. Wat zegt dat van God? Als iemand bij mij onbescheiden aandringt dan vind ik dat irritant en heb de neiging om geen gehoor te geven. Jezus maakt ons vandaag duidelijk dat onze hemelse Vader niets liever wil dan dat wij juist onbescheiden zijn. Letterlijk staat er in het Grieks: schaamteloos. We moeten onbeschaamd vragen, kloppen, zoeken, te pas en te onpas; zonder op te geven, op het brutale af.

Jezus was ergens aan het bidden en zijn leerlingen waren er duidelijk van onder de indruk. Zijn voorbeeld deed hen verlangen om ook zo te kunnen bidden. In die dagen was het vrij uitzonderlijk onder de Joden om op deze wijze te bidden. Onderricht daarin ontbrak zelfs. Johannes de Doper was ermee begonnen om zijn leerlingen te leren bidden. Nu vragen ook Jezus’ volgelingen om in het gebed te worden ingewijd. En we kennen het onderricht van Jezus. Het is het gebed dat de meesten van ons als kind al leerden ofwel als eerste van buiten leerden toen we tot geloof kwamen. Het is het Onze Vader.

Het bijzondere ervan is dat Jezus zijn leerlingen in zijn eigen gebed inwijdt. Hij maakt hen deelgenoot van zijn eigen intimiteit met God. De God die Hij Vader noemt. Wie God Vader noemt is op hetzelfde ogenblik ook zoon of dochter. Jezus is dé Zoon van God ómdat Hij God Vader noemt (en dóordat Hij God Vader noemt). En ieder die in navolging van Hem “Vader” zegt wordt in die relatie opgenomen en tot kind van God aangenomen.

De God, die Jezus Vader noemt, overstijgt iedere aardse voorstelling.

Niemand is Vader zoals God Vader is. Hij geeft ons alles wat wij vragen. En de hoogste gave is de heilige Geest. Zij is de liefde die Vader en Zoon samenhoudt. De Geest ís de liefdesband van Jezus en zijn Vader. Die Geest wil Hij ook ons schenken. Maar we moeten er wel om vragen: onbescheiden, onbeschaamd. Zonder schaamte vragen dus. We mogen een vertrouwvol beroep doen op onze hemelse Vader. Hij zal ons vertrouwen niet beschamen.

Wat zegt dit van God? Onze hemelse Vader laat zich verbidden. Hij is betrouwbaar. Hij is barmhartig. Hij geeft wat wij vragen. Zelfs meer dan wij vragen. Maar alleen als wij volhardend vragen, met aandrang, schaamteloos.

“Al wie vraagt verkrijgt”, belooft Jezus. Wanneer? Dát zegt Hij niet! Van belang is dat wij vragen, want vragen betekent dat je open staat voor iets dat van buiten naar je toekomt. Hulp vragen kost menigeen veel tijd en nederigheid. Want vragen is ook een uiting van eigen onvermogen. Van jongsaf wil een mens alles ‘zelf doen’.

Afhankelijk wil niemand zijn. De erkenning van je eigen hulpbehoevendheid kan een pijnlijk proces zijn. Maar juist daardoor ontstaat die ruimte in ons zodat God ons kan geven wat wij werkelijk nodig hebben. God geeft niets tegen onze wil in. Niets is zo in strijd met de liefde als dwang. In zijn grote barmhartigheid laat God ons vragen. Met onbescheiden aandrang. Want zo wordt de Naam van de Vader geheiligd en kan zijn Rijk komen. En bovenal kan Hij zo de heilige Geest geven van zijn liefde. Het is die Geest die voor ons pleit met onuitsprekelijke verzuchtingen. Amen.

Vgl. Willibrordsabdij.nl 17de Zondag C.pdf