7de zondag van Pasen, A, 2017

our-father-in-heaven

7de zondag van Pasen, A, 2017.

Vorige donderdag vierden we de Hemelvaart van Jezus: hoe Hij op de Olijfberg voor de ogen van zijn leerlingen omhoog geheven werd en aan hun ogen onttrokken. Vandaag horen we in de eerste lezing wat daar direct op volgt: de apostelen zijn van de Olijfberg, gelegen op een kleine  kilometer van Jeruzalem, teruggekeerd naar de zaal waar ze verblijf houden, en samen met Jezus’ moeder Maria, met enkele andere vrouwen en met de vrienden en apostelen volharden ze eensgezind in gebed.

Dat is dus wat de leerlingen en de andere aanwezigen doen: ze volharden eensgezind in gebed. Er is geen sprake van paniek omdat Jezus naar de Hemel was gegaan, geen onenigheid over hoe ze zijn opdracht moeten aanpakken: de opdracht dat ze over heel de wereld van Hem moeten getuigen en alle volkeren moeten dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Er is alleen maar eensgezindheid en gebed.

Daarbij kunnen we ons de vraag stellen of wij ook zo eensgezind volharden in gebed. Met aandrang blijven bidden tot God onze Heer, samen, maar ook alleen. Misschien vragen wij ons daarbij af wat dat bidden moet inhouden. Hoe we moeten bidden. En wellicht vergeten we dat Jezus zelf ons dat geleerd heeft. ‘Onze Vader’, leerde Hij ons bidden, en ook in het evangelie van vandaag laat Hij ons zien wat en hoe we moeten bidden.

Zo zien we dat bidden in de eerste plaats bestaat in God eren en verheerlijken. ‘Onze Vader, die in de Hemel zijt’, zo begint het gebed dat Jezus ons geleerd heeft. God is God de Vader, en Hij is in de hemel. Vandaag verheerlijkt Jezus zijn God opnieuw wanneer Hij bidt: ‘Vader, verheerlijk uw Zoon; dan zal uw Zoon ook U verheerlijken.’ En die verheerlijking komt er wanneer zijn naam geheiligd wordt, wanneer zijn Rijk van verlossing en vrede komt, wanneer zijn wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

God eren en danken, maar we mogen ook vragen in ons gebed. Ook dat heeft Jezus ons geleerd. ‘Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden’, leerde Hij ons bidden. ‘Geef ons een menswaardig leven’, bidden we. Een leven dat niet neerkomt op doelloosheid. En we vragen ook dat Hij ons zou verlossen van het kwade.

Jezus leerde ons ook dat bidden ook beloven inhoudt. We vragen aan God onze Vader dat Hij ons onze schulden zou vergeven. Hoe belangrijk vergeven is, kwam wellicht het sterkst tot uiting wanneer Jezus na zijn verrijzenis voor het eerst weer aan zijn leerlingen verscheen. ‘Vrede zij u’, zei Hij drie keer. Vrede vanuit de verlossingsgenade van Jezus.

Eensgezind en met volharding bidden, dat is wat de leerlingen doen en wat Jezus ons heeft geleerd. Laten we dat dus doen: met aandrang blijven bidden om God te eren en te danken, om Hem te vragen dat Hij ons altijd bijstaat opdat we zijn weg van liefde en vrede mogen gaan… ja tot in eeuwigheid mogen gaan. Amen.

Vgl. bron preken.be


 

Advertenties

5de zondag van Pasen, jaar A, 2017

Johannes-14-6


Veiligheid en vrede. Wij denken terug aan de avond van Pasen als Jezus bij zijn leerlingen binnenkomt door de dichte deur. Het eerste wat Hij zegt is: “Vrede zij u”. Vrede. Hoe vaak voegt Hij er niet aan toe; “vreest niet, wees niet bang”?

Veiligheid en vrede. Miljoenen mensen op deze wereld weten niet wat het is. Omdat het in hun landen nooit vrede lijkt te worden, generaties lang uitzichtloze ballingschap. Maar ook miljoenen mensen die in hun hart ‘ontevreden’ zijn, geen vrede vinden met zichzelf en hun omgeving. Mensen van wie ‘het hart verontrust is’ zoals Jezus begint vandaag. Mensen die bang zijn, zich krampachtig aan mensen vastklampen, die niet los kunnen komen of nieuwe wegen durven gaan. Mensen zoals Thomas, die bang is Jezus te verliezen als Deze spreekt over zijn heengaan.

Mensen in onze tijd zijn, ondanks alle zekerheden die de maatschappij hen lijkt te bieden, bang om God en elkaar te verliezen. Zovelen zijn al teleurgesteld in relaties, zijn al gewond omdat ze meer dan eens in de steek zijn gelaten. Zovelen voelen zich misbruikt en onmachtig, onderdeel van een economisch en politiek systeem waar ze geen vat op hebben. Oude zekerheden zijn weggevallen, maar wat hebben we ervoor in de plaats gekregen? Zijn wij de laatsten die nog van Jezus en God de Vader hebben gehoord? Allemaal vragen en noden die mensen kunnen beklemmen. Alles is verzekerd in ons landje, behalve zin en toekomst. Wij kunnen maar moeilijk aanvaarden dat het leven een soort zoekende onrust in zich draagt, zo verlangen wij naar veiligheid en vrede.

Jezus is – u moet daar maar eens op letten – altijd de rust zelve. Nooit is er bij Hem een spoor van paniek. Niet bij de storm op het meer, niet als ze Hem willen grijpen om Hem te doden, niet als Hij voor de hogepriesters en Pilatus staat. Hij heeft in Zichzelf een soort vrede waar je jaloers op kunt zijn. Hij zegt steeds “vrees niet”, maar Hij is zelf ook voor de duivel niet bang.

Ja, Jezus is zo zeker dat alles uiteindelijk veilig en vreedzaam zal zijn, dat Hij tegen zijn bange leerlingen zegt; ‘vertrouw op Mij’. Dat is wat! “Gij gelooft in God, geloof ook in Mij”. Hij is zo vol van vrede dat Hij mensen uitdaagt om alle onrust los te laten en alles in zijn hand te leggen:

Als de Weg – alsof er geen onzekere stappen en donkere momenten meer bestaan.

Als de Waarheid – alsof er geen leugen en twijfel meer kan bestaan.

Als het Leven – alsof er geen lijden en dood meer zal zijn.

Ik weet niet of u wel eens aan het bed van stervende mensen hebt gestaan die aan het einde een onbegrijpelijke vrede uitstraalden. Niets meer te verliezen en toch ergens heel gelukkig. Zeker als mensen zich in vrede voelen met God en Maria en geloven dat er plaats voor hen is bereid in het huis van God onze Vader waar ruimte is voor velen, dan kan zo’n mooie bovennatuurlijke vrede voelbaar worden. Dan breekt daar al door van wat Jezus aan ons allen probeert duidelijk te maken. Hij is hen voorgegaan in vrede met de Weg, vervuld van de Waarheid op tocht naar het Leven. Hij heeft het waar gemaakt, en dat kunnen mensen vanuit hun geloof ook concreet beleven en navolgen. Het geeft een kracht die alle bestaansangsten kan overwinnen. Die de zekerheid geeft dat wij mensen veilig zijn in Gods hand en dat wij ons leven in Jezus’ handen durven leggen.

Het is knap als mensen in al hun soms zo uitzichtloze onrust, verdrukking, ontevredenheid en zorgen het leven zo kunnen aanvaarden als het is, in navolging van Jezus en vertrouwend op Jezus. Het is een uitnodiging om ons door Jezus te laten bemoedigen. Om Hem te vinden in geloof als de Weg, de Waarheid en het Leven. Om in Jezus vrede en veiligheid te vinden. Een rust die Hij bezat en die zovelen van zijn volgelingen alle eeuwen door hebben doorgegeven. Amen.

Vgl. bron


 

Mgr. E. de Jong: Maria, wij willen uw kinderen zijn

p1019859-d4d89d8af7aaf0262e346f40f69029c0De bisschoppen van Nederland wijden vandaag 13 mei 2017 hun bisdommen toe aan het Onbevlekt Hart van Maria. Dit doen ze precies honderd jaar na de eerste verschijning van Maria aan de drie herderskinderen, Jacinta, Francisco en Lucia in Fatima, Portugal. Tijdens deze verschijningen, 100 jaar geleden, vroeg Maria de wereld, en met name Rusland, aan haar Onbevlekt Hart toe te wijden.

De verschijningen van Maria te Fatima 

Nadat de Engel van de vrede in 1917 meerdere malen aan de kinderen van Fatima was verschenen, is Maria, de Moeder Gods, 6 maal aan hen verschenen, telkens op de 13e van de maand, behalve in augustus, toen ze zich liet zien op de 19e omdat de kinderen de 13e gevangen waren genomen. Tijdens die verschijningen toonde ze de hel aan de kinderen, vroeg Ze hen de rozenkrans te bidden en veel boete te doen voor de zondaars. Bij de laatste verschijning, op 13 oktober 1917, sloot Maria haar bezoeken af met het door haar aangekondigde zonnewonder, waarbij zo’n 50.000-100.000 mensen aanwezig waren. Dezen zagen de zon draaien, zich “naar de aarde toe bewegen” en verschillende kleuren aannemen. Zelfs de seculiere, antikerkelijke kranten konden er niet omheen dat hier iets heel bijzonders aan de hand was geweest. De boodschap van Maria was duidelijk: er gaan veel mensen verloren, en daarom is boetvaardigheid heel hard nodig. De kinderen moesten veel bidden en boete doen.

Ook gaf ze de kinderen geheimen mee. In het eerste geheim beschreef ze de verschrikkingen van de hel. In het tweede voorspelde zij het einde van de Eerste Wereldoorlog en tevens als mensen zouden doorgaan met God beledigen, het begin van de Tweede Wereldoorlog die zou beginnen na een bijzonder lichtverschijnsel. Het derde geheim betrof o.a. de aanslag op een paus… Betekenisvol is daarom het feit dat op 13 mei 1981 paus Johannes Paulus II werd neergeschoten op het St. Pietersplein, die daarna stelde dat het door de bescherming van O.L. Vrouw van Fatima was, dat hij het overleefd had. De kogel liet hij plaatsen in de kroon van het beeld van O.L. Vrouw te Fatima.

Waarom een toewijding? 

De toewijding heeft twee kanten: een zelfgave en een bescherming. Een mens wordt pas echt gelukkig als hij een doel heeft om voor te leven. Als je ergens helemaal voor kunt leven en je geven. Toewijding is een vrijwillige zelfgave. Zo zijn er toegewijde kunstenaars, sportlieden, journalisten, wetenschappers, zakenmensen, dokters, religieuzen. Je kunt je ook toewijden aan concrete mensen. Je wijdt je aan iemand toe door je beschikbaarheid en het geschenk van jezelf aan de ander. Het huwelijk is zo een wederzijdse toewijding. Je bent er je hele leven lang voor elkaar. Je kunt heel toegewijd een kind of een zieke verzorgen. Deze soort toewijding, consecratio, is verwant met het wijden van iemand tot diaken, priester of bisschop, of de drie of meer geloften van een religieus. Nog fundamenteler gebeurt deze toewijding aan God in het doopsel. Daardoor wordt iemand “helemaal van God”.

Anderzijds wordt onder toewijding ook verstaan het je stellen onder de bescherming van iemand. Degene aan wie je je toewijdt, toevertrouwt, is je patroon, je hoopt op zijn vaderlijke of haar moederlijke bescherming. Als een gezin, school, buurt, stad, streek of land aan een bepaalde heilige is toegewijd, verwacht je dat die heilige er zich speciaal om bekommert. De patroonheiligen, die je bij je doopsel krijgt, zullen je je hele leven vergezellen en je beschermen. De toewijding aan Maria na het doopsel en het huwelijk plaatst de nieuwgeborene en de gehuwden onder haar schutse.

Toewijding aan het Onbevlekt Hart van Maria 

Maria toont in Fatima haar Onbevlekte Hart. Dit staat in verband met het feit dat Ze altijd zonder zonde is geweest. Haar Hart is geheel puur, vol van genade (Lc. 1,28). Zij is een totaal pure toegewijde ziel van God. “Zie de dienstmaagd des Heren” (Lc. 1,38), zei ze tegen de Engel die haar vroeg Moeder van God te worden. Niet voor niets is ze “onbevlekt ontvangen”, gevrijwaard voor de erfzonde.

Je toewijden aan haar H. Hart is je dus enerzijds in dienst stellen van de bedoelingen van haar Onbevlekte Hart, d.w.z. van haar zuivere, liefdevolle en heilzame intenties, en je anderzijds plaatsen onder haar bescherming, je geborgen weten in de moederlijke gevoelens van haar Hart. Via haar Hart, dat zo dicht bij het H. Hart van Jezus is, leren we te leven als Christus, en steeds meer op Hem te lijken. Haar Hart is de voedingsbodem, en in zekere zin de baarmoeder van de Christenen. Het is zo het beeld van de Kerk.

Noodzaak van de toewijding aan haar in deze tijd

Meerdere redenen nopen de bisschoppen om deze toewijding nu uit te spreken. Allereerst vertrouwen we onze Nederlandse Kerk toe aan de zorgen van moeder Maria. We brengen al de zorgen en uitdagingen van deze tijd naar haar moederlijke, pure Hart. Moge Zij, met de genade die Zij ontvangt van Christus en van Hem mag doorgeven, de gelovigen sterken in hun geloof, de zieken en eenzamen nieuwe moed en zingeving schenken, vrede brengen in de gezinnen waar scheidingen dreigen, de parochies vervullen met inspiratie en moederlijke warmte, de bisdommen heilige roepingen geven tot het priesterschap en het religieuze leven.

Als we haar H. Hart tot richtsnoer maken voor onze beslissingen en daden, zullen ze volgens Gods wil zijn en de vrede dienend.

Bron: Vgl. Bisdomblad De Sleutel, Roermond, Jaargang 44, Mei 2017, Nr. 5, blz. 13-15

De verrezen Heer Jezus Christus en de H. Communie – jaar A, 2017

Derde Zondag van Pasen, jaar A, 2017

Sinds Pasen is de verrezen Heer Jezus Christus niet meer gebonden aan tijd en ruimte.

img_jezusIs het niet dat Hij op de eerste dag van de week, met Pasen, temidden van de leerlingen staat, terwijl de deuren van de zaal gesloten waren?

Ze hadden zich opgesloten. Ze waren bang om zelf ook vervolgd te worden, zoals bij Jezus. En dan staat de verrezen Jezus plots in hun midden; geen inbeelding, geen spook, geen geest. Hij staat daar, in hun midden, en toont hun Zijn Lichaam, en de wonden in Zijn handen, voeten en zijde. Het is Zijn verheerlijkt Lichaam dat de kruiswonden draagt. Het is echt. Hij laat zich zelfs aanraken, Hij eet brood en wat vis. Hij is waarlijk uit de dood opgestaan, verrezen!

Met een verheerlijkt Lichaam is Jezus in hun midden en spreekt tot hen, tot hun hart, en schenkt hen zijn H. Geest, een Geest van verzoening en goddelijke Barmhartigheid: “Ontvangt de heilige Geest. Aan wie Gij de zonden vergeeft zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft zijn ze niet vergeven” (Joh. 20,22-23).

Hij schenkt zijn apostelen de geest van zijn Barmhartige Liefde, die verzoent, vergeeft en wonden geneest.

Met Zijn verheerlijkt Lichaam staat Hij in hun midden, terwijl de deuren van de verblijfplaats op slot waren; niet aan tijd en ruimte gebonden; en Hij toont aan die éne, die Thomas, en door hem aan ieder van ons, zijn zijde, de openbaring van zijn Goddelijke Barmhartigheid!

De verrezen Heer Jezus Christus heeft een Hart gevuld met Barmhartige Liefde, met een Goddelijke Barmhartigheid, die met ons spreekt en Zich aan ons geeft en meedeelt. En het is niet zozeer Thomas die de geopende zijde aanraakt, als wel Thomas die door Jezus en zijn Goddelijke Barmhartigheid wordt aangeraakt. Hij komt op dat ene moment van aanraking tot die uitroep: “Mijn Heer en mijn God!” (Joh. 20,28). Zoals we vorige week hoorden in het H. evangelie!

Overal en altijd kan de Verrezen Jezus ook ons tegemoet treden en tot ons roepen: “Kom eens hier”. Op een heel bijzondere wijze, die Hij zelf heeft gewild, komt Hij tot ons in de H. Mis, in de H. Communie. Zoals Hij die Zelf heeft ingesteld, tijdens het paasmaal: “Dit is mijn Lichaam dat voor U gegeven wordt” (Lc. 22,19), “Dit is mijn Bloed, dat voor U vergoten wordt” (Lc. 22,20).

Op heel bijzondere manier komt dan het gesprek tot stand in de H. Mis. Bij de consecratie. Bij de Communie. Gesprek wordt aanbidding. Gesprek wordt vereniging, communio. Een één-zijn van Jezus en de ziel.

Wie de H. Communie, draagt zorg in het bijzonder voor de zielen die behoren tot het mystieke Lichaam van Christus, de Kerk. In het heilig sacrament is Jezus geheel aanwezig, Lichaam en Bloed, Ziel en Godheid van Jezus. In de heilige Communie smaken we de grootheid van Zijn liefde.

Nadat de verrezen Jezus aan de twee leerlingen van Emmaüs is verschenen en zij Hem herkend hebben aan “het breken van brood” (Lc. 24,35), de Eucharistie, is de verrezen Jezus opnieuw verschenen aan zijn apostelen. Hij heeft hen wederom moeten overtuigen dat het geen inbeelding was, dat Hij het werkelijk was, met een verheerlijkt Lichaam. Hij gaf hen toen de opdracht naar de volkeren te gaan, en de vergeving van de zonden te verkondigen. Ze moeten apostelen zijn van de Goddelijke Barmhartigheid en van de Barmhartige Liefde, aan alle volkeren. Daartoe worden ze met de H. Geest toegerust. Om die Geest moeten ze bidden.

Dank U, Jezus, voor zo’n Barmhartige Liefde die U ons, kleine mensen, schenkt in het Sacrament van Uw kostbaar Lichaam en Bloed, in de heilige Communie!

Vgl. bron Legioen Kleine Zielen WordPress


 

Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid

Zondag 23 april 2017. Tweede zondag van Pasen (beloken Pasen). Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid

Eerste lezing: Hand.2,42-47
Tweede lezing: 1.Petr.1,3-9
Evangelie: Joh.20,19-31
img_jezusSinds het heilig Jaar 2000 staat Beloken Pasen in het teken van de Gods Barmhartige Liefde van Jezus. Een en ander houdt verband met de heiligverklaring van ‘de apostel van de Goddelijke Barmhartigheid van Jezus H. Hart’, van zuster Faustina op 30 april in het jaar 2000.

Op 1 augustus 1925 trad Helena Kowalska uit Polen toe tot de Congregatie van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw van Barmhartigheid en wel onder de naam: Zuster Maria-Faustina. Er werden haar buitengewone gunsten verleend; visioenen, (verborgen) stigmata, de gave van de profetie, kennis van de geheimen van de ziel en vooral ontving zij openbaringen van de grote Barmhartigheid van Jezus’ Heilig Hart. Ze kreeg tot taak om de medemensen te herinneren aan de waarheid omtrent de barmhartige Liefde van God voor ieder van ons.

In 1931 toonde Jezus zich aan haar en droeg haar dit op: “Maak een afbeelding van Mij zoals u Mij ziet en schrijf eronder: ‘Jezus, ik vertrouw op U!’ Ik zou willen dat deze afbeelding overal in de wereld vereerd wordt. Zij, die haar vereren, beloof Ik dat ze niet verloren zullen gaan. De lichte witte straal betekent het water uit mijn Zijde, dat de ziel reinigt; de rode straal stelt mijn Bloed voor dat de ziel leven geeft. Deze twee stralen verspreidden zich uit het diepst van mijn Barmhartigheid, toen mijn Hart werd doorboord door de lans. Zij beschermen de zielen die eigenlijk straf verdienen voor hun zonden. Gelukzalig de zielen die in de schaduw van deze stralen leven. De goddelijke Rechtvaardigheid zal hen sparen. Ik zal de huizen en zelfs de steden begenadigen en beschermen, waar deze afbeelding vereerd wordt. Rust noch vrede zal de mensheid kennen zolang zij zich niet richt naar Gods Barmhartigheid.”

De verering van de Barmhartigheid van Jezus Heilig Hart, waartoe zij de aanzet had gegeven beleefde een aanmerkelijke groei en dit vooral dankzij de verspreiding van de icoon van de barmhartige Christus met daarbij het opschrift: “Jezus ik vertrouw op U”.

Zuster Faustina werd op 18 april 1993 door Paus Johannes-Paulus II zalig verklaard en op 30 april 2000 heilig, eveneens door paus Johannes-Paulus II. Zelf noemde deze paus die dag de meest bijzondere van zijn leven, vanwege de instelling van de Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid!

Opmerkelijk is dat Paus Johannes Paulus II stierf op de vooravond van de Zondag van de Barmhartigheid. Deze zondag werd door hem in het jaar 2000 voor heel de Kerk ingesteld om “vooral in de H. Eucharistie (de H. Mis) de Goddelijke Barmhartigheid te vieren, waarin God in zijn goedheid zijn eniggeboren Zoon als Verlosser heeft geschonken, opdat door het Paasmysterie van zijn Zoon‚ Jezus Christus, de mensheid het eeuwig leven kan verwerven en opdat zijn aangenomen kinderen door het ontvangen van zijn Barmhartigheid, zijn lof verkondigen tot aan de uiteinden van de aarde.”
Deze instelling van de Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid is van groot belang voor de hele Kerk. Tevens van groot belang zijn de dagboekaantekeningen van zuster Faustina voor de wijze waarop de Goddelijke Barmhartigheid wil worden gevierd en wel door de volgende woorden: “Op die dag staan de diepste diepten van mijn tedere Barmhartigheid open. Ik stort een hele oceaan van genaden uit over die zielen die tot de fontein van mijn Barmhartigheid zullen naderen. De ziel die te biechten zal gaan en de Heilige Communie zal ontvangen, zal volledige vergeving van zonden en kwijtschelding van straf ontvangen. Op die dag staan alle sluizen van de Hemel, waardoor de genade vloeit, open.”

Op grond van deze belofte zijn wij allen uitgenodigd om onze harten te openen voor Gods Barmhartige Liefde. Mogen velen juist vandaag Gods Barmhartigheid (her)ontdekken.

Vgl. bron: Bezinning op het Woord, Inleiding in de liturgie van iedere dag, Bisdom Roermond, April 2017, blz. 51-53. Bewerking door pastoor Geudens.


Pater Daniel: van harte Zalig Paasfeest toegewenst

In de Latijnse liturgie worden de vieringen van de “Heilige Driedaagse” (Triduüm Sacrum”) opgevat als één enkele viering die plechtig begint met de eucharistie van Witte Donderdag en eindigt met de Paaswake.

Daarom kent de H. Mis op Witte Donderdag geen officieel einde,  de viering van de Goede Vrijdag noch begin noch einde en de Paaswake geen officieel begin. Tijdens het Gloria van Witte Donderdag luidden alle klokken en rinkelden alle bellen.

Als kind wisten we dat de klokken naar Rome vertrokken en het heel stil zou worden omdat Jezus gestorven was. Geen muziek, geen lawaai, geen bloemen, geen versieringen en vooral geen snoep. Tijdens het Gloria van de Paasviering begonnen de klokken weer volop te luiden en alle bellen te rinkelen. De klokken waren terug en hadden versierde eieren in onze tuin neergelegd, sommigen goed zichtbaar, anderen op een verborgen plekje. Moeder wist ze allemaal liggen en wees ze aan wanneer we ze zelf niet vonden.

Eieren zijn het symbool van nieuw leven en een verwijzing naar de verrijzenis van Jezus. Laten we deze zinvolle christelijke en ook diep ingewortelde traditie niet vervangen door de sluwe commerce van een onnozele paashaas. En moge het feest van het paaseieren rapen door groot en klein ons blijven herinneren aan de kern van ons geloof en ons leven: de overgang van dood naar leven in Christus.

De verrijzenis van ons lichaam is voorbehouden voor de laatste dag. De verrijzenis van ons hart is voor ieder ogenblik.

Aan allen van harte een Zalig Paasfeest toegewenst. Moge de verrezen Heer Jezus de vreugde zijn van u en al de uwen. Hij schenke  U nu reeds de verrijzenis van het hart.

Pater Daniel

 

Abonnement Nieuw Tijdschrift Legioen Kleine Zielen – door pastoor Geudens

Info: LegioenKleineZielen.Wordpress.Com

LKZ afbeelding Jezus Hart


Wilt u het tijdschrift ook bij u thuis ontvangen?

Kosten van een jaarabonnement is 12,– Euro (uitgave 3 maal per jaar: in april – augustus – december)

Opgave abonnementen:
Per E-mail: hbcb@hetnet.nl

Mijn eerste kennismaking met het Legioen Kleine Zielen was in 1977. In 1978 ben ik meegegaan met een bedevaart naar Chèvremont samen met een groep Kleine Zielen Eindhoven. Marguerite heb ik horen spreken in een grote overdekte tent.

In april 2010 ben ik gevraagd door de gebedsgroep Kleine Zielen Eckelrade om aldaar de maandelijkse gebedsmiddagen als priester te begeleiden. Van het een kwam het ander. Ik verheug mij erover met de Kleine Zielen verbonden te zijn. In december 2012 is de Stichting met een website begonnen, welke ik nu beheer. In december 2016 vroeg de voorzitter van dezelfde Stichting om mijn medewerking voor het verzorgen van een nieuw op te starten tijdschrift. Na een korte aarzeling heb ik ja gezegd.

Met dit tijdschrift wil de Stichting Legioen Kleine Zielen Nederland meewerken aan het werk welke Jezus begonnen is met Marguerite, namelijk om zijn liefde van zijn Barmhartig Hart bekend te maken aan de mensen, met name aan de kleine zielen.

Het Legioen Kleine Zielen helpt ons in het bijzonder om in een grotere intimiteit met Jezus te leven, iets waarnaar iedere gelovige zou moeten streven, ook de meest vurige mariale ziel. Het doel van de Boodschap is juist: ons binnenleiden in deze onuitsprekelijke intimiteit, ons tonen hoe we Onze Lieve Heer steeds meer kunnen beminnen en ons door Hem laten opvoeden. En dit te midden van de moeilijkheden van deze tijd…

Pastoor Geudens

>>  https://hetlegioenkleinezielen.wordpress.com


Palmzondag en de palmtak

Editiepajot_Galmaarden_pastoor_Penne_op_bedevaart_foto_Marc_ColpaertEen week voor het Paasfeest komt Jezus naar Jeruzalem. Het volk van Jeruzalem verwelkomt Jezus als de Messias, als de nieuwe koning. Ze zijn uitzinnig; hun vreugde, hun hoop en hun vertrouwen is groot dat die Jezus van Nazareth, die zovele bijzondere tekenen had gedaan, hen ging bevrijden van de Romeinse overheersing, van alles wat hen neerdrukte. Dat roepen ze ook uit met hun woord “Hosanna”, wat betekent: “Redt ons alsjeblieft”. Gezeten op een ezel trekt Jezus de stad binnen. Het moet een indrukwekkende intocht geweest zijn. Het evangelie van Matteüs 21 vertelt ons: “Zeer velen uit het volk spreidden hun mantels uit op de weg, terwijl anderen de weg bedekten met twijgen die ze van de bomen hadden gesneden. De mensen die Hem omstuwden, jubelden: ‘Hosanna, Zoon van David, gezegend Hij die komt in de naam van de Heer! Hosanna in den hoge!’ Toen Hij Jeruzalem binnentrok, raakte de hele stad in beroering en men vroeg: ‘Wie is dat?’ Het volk antwoordde: ‘Dit is de profeet Jezus uit Nazaret in Galilea’.”

Die indrukwekkende intocht van Jezus in Jeruzalem gedenken en vieren we elk jaar op Palmzondag, de zondag voor Pasen. Wij kennen ondertussen ook het vervolg van het verhaal. Jezus zal niet de Romeinen het land uitzetten maar door wat er allemaal zal gebeuren in de dagen die volgen op die intocht, zal Hij de wereld verlossen. Aan het begin van de Palmzondagviering worden er palmtakken gezegend. In de meeste landen zijn dat takken van de palmboom of van de olijfboom. In onze streken, waar er weinig palmbomen te vinden zijn, worden de palmtakken vervangen door buxustakjes. Die palmtakken verwijzen naar de palmtakken die de mensen van Jeruzalem van de bomen sneden en waarmee ze Jezus toejuichten als koning. Palmen zijn het symbool voor de koning, terwijl olijftakken het symbool zijn van de vrede die door de koning wordt gebracht. De priester zegent de palmtakken en het gebed dat hij daarbij uitspreekt roept ons op tot navolging van Jezus Christus. De tekst luidt: “Almachtige eeuwige God, zegen deze groene palmtwijgen nu wij Christus willen volgen op zijn weg. Vervul ons van zijn kracht zodat wij met Hem opgaan naar het nieuwe Jeruzalem”. Met de palmtakken in de hand wordt er daarna een processie gehouden.

Veel mensen houden eraan om zo een gezegend palmtakje een plaats te geven in hun huis, veel mensen steken dat palmtakje achter het kruisbeeld. Wat is de betekenis daarvan? We kunnen dat palmtakje niet zien, los van dat verhaal van de intocht in Jeruzalem. Als wij zo een gezegend palmtakje een ereplaats geven in ons huis, willen wij daarmee uitdrukken dat Jezus ook onze Koning is. Hij is ook voor ons leven de Koning die voor ons zorgt en ons leidt, met Hem halen we de echte overwinning. Als wij het palmtakje een plaats geven aan het kruisbeeld dan drukken wij daarmee ons geloof uit dat Jezus door Zijn lijden, Zijn kruisdood en Zijn Verrijzenis de duivel en het hem toegeschreven kwaad heeft overwonnen. Die gezegende palmtak is een teken dat wij niet meer bang zijn dat de zonde en de dood het laatste woord zouden hebben want onze Koning Jezus Christus heeft dat allemaal overwonnen.

pastoor A. Penne,  www.priesterpenne.be


 

De heilige Geest opent ons de ogen

4e zondag in de veertigdagentijd A 2017

10974694_783363171730595_1215342634854474672_o

Heeft U ook wel eens last van lichtvervuiling? De laatste jaren wordt steeds vaker opgemerkt dat er in ons land sprake is van lichtvervuiling: het wordt ’s nachts niet meer echt donker. De snelwegen en de straten van de steden zijn zo goed verlicht dat je goed je weg kunt vinden en door die verlichting voelt de mens zich ook veiliger. Daarnaast zijn er buiten de stad kassen die ’s nachts verlicht worden om het gebrek aan zonlicht overdag te compenseren. Echt donkere plekken zijn in Nederland ver te zoeken: misschien de Veluwe of de Wadden. Daar is het nog echt donker…

Aan die overvloed aan licht zit een keerzijde. De sterrenhemel is voor ons in het Westen beperkt tot een handvol kleine speldenknoppen aan een zwarte hemel. De kracht van het maanlicht en het bijzondere van een nacht met volle maan, is ons niet meer bekend. De dageraad met de kleurrijke opkomst van het zonlicht, nog lang voordat de zon zelf al zichtbaar is, valt nauwelijks nog op. Het gehele contrast tussen licht en donker is voor ons moeilijk voorstelbaar. Om het evangelie te begrijpen moeten we proberen dat contrast tussen licht en donker goed voor te stellen.

Er staat meer op het spel dan het geluk van een individuele blinde. We weten dat Jezus’ Hart altijd uitgaat naar een mens die door onheil wordt getroffen. Jezus wil de mens altijd een weg van geluk wijzen. Hier is méér aan de hand. Het is de mensheid zelf met wie met Jezus in gesprek gaat. De mens die zijn oorsprong is vergeten en die tastend zijn weg gaat. Dat tasten is onze dagelijkse realiteit.

Fundamentele waarden rond goed en kwaad worden niet door de mensheid gedeeld. Integendeel: ieder moet voor zich maar die twee uit elkaar houden. Ieder voor zich moet die scheidlijn bepalen. We zijn zeer huiverig om elkaar daarin een weg te wijzen en voor te houden wat wel kan en wat niet kan. Dat leidt tot allerlei wantoestanden en normvervaging: we maken onze eigen normen. Naast asociaal gedrag en agressie kunnen we ook denken aan grootscheepse belasting-ontduiking.

Door Jezus wordt de oorsprong van de mens weer in herinnering geroepen. Wanneer Hij de ogen wast met slijk van de aarde, herinnert Hij de mens weer aan zijn naam: je bent door God uit het stof van de aarde geschapen.

De boodschap van Jezus is: wanneer een mens zich opent voor de aanwezigheid van God, voor de levenwekkende heilige Geest die God geschonken heeft, dan zal de mens scherper kunnen onderscheiden waar hij grenzen moet trekken tussen licht en duisternis, tussen goed en kwaad. Dat zijn steeds weer nieuwe afwegingen, maar geïnspireerd door de scheppende God, durft die mens dat aan, durft die mens – wij dus –  als leerling van Jezus alle situaties aan te pakken. Richtsnoer is dat de liefde van God steeds het laatste en hoogste woord is en dat alles wat de mens doet daar uitdrukking van moet zijn.

Mogen wij op weg naar Pasen het schemer verlaten, het vage tussengebied tussen licht en donker om ons werkelijk te richten op het Licht dat komen gaat en dat ons van de duister zal bevrijden: “Ontwaak gij die slaapt, sta op uit de doodse duisternis, en het licht van Christus zal U verlichten”.

Amen

Vgl. www.preken.be


 

Naastenliefde is niet gemakkelijk

7de zondag door het jaar A

Lev. 19, 1-2.17-18 en 1 Kor. 3, 16-23 en Mt. 5, 38-48

naasteEr wordt misschien nergens zo gemakkelijk en soms te lichtvaardig over gepraat als over de naastenliefde. De meeste mensen zijn er toch wel van overtuigd, dat ze het in dat opzicht niet zo slecht doen. En het excuus dat je vaak hoort van mensen, die het niet zo precies nemen met hun rechtstreekse verplichtingen tegenover God in gebed en eredienst, is; “ja maar, het belangrijkste is toch de naastenliefde. En die breng ik in praktijk”. En men doet dan min of meer alsof naastenliefde vanzelfsprekend is.

De realiteit in onze buurten, in onze families, in onze gezinnen is echter ook vaak anders. Dat zijn lang niet altijd paradijzen. Waarom? Omdat het ontbreekt aan naastenliefde, niet alleen bij de ander maar ook bij mijzelf. Immers naastenliefde is het moeilijkste wat er bestaat op deze aarde. Daar moet je jezelf voor opzij zetten, je “eigen ik” overwinnen en dat is voor niemand gemakkelijk.

“Ja maar, ik ben toch goed voor iedereen”. Is dat werkelijk zo? Of beperkt het zich in feite toch meestal tot degenen die goed zijn voor u. Wie groet je vriendelijk in buurt? Zijn dat werkelijk alle mensen? Ook die mevrouw van de kat die telkens in onze tuin zit en die daar niets aan wil doen? Ook die meneer, die ons niet ziet staan? Als je alleen je broeders groet, zegt Jezus, alleen de mensen die vriendelijk teruggroeten of die je aardig vindt, kun je dan zeggen: ik ben christen, ik heb mijn naasten lief. Dat doen heidenen. Nee, dan kun je niet zeggen ik heb de naasten lief.

Zeg nou zelf: kun je werkelijk onrecht verdragen en vergeven? In hoeveel buurten, in hoeveel families komen er geen ruzies voor tussen gelovigen, tussen mensen die zich beroepen op het feit dat ze de naastenliefde hebben. “Ja maar, hij is begonnen. Ik hoef toch niet alles over mijn kant te laten gaan. Hij moet het maar goedmaken, hij moet toch de eerste stap zetten. Zolang wacht ik af en laat hem voelen dat hij fout zit”. Is dat naastenliefde? Nee, dat is eerder oog om oog, tand om tand. Zolang je niet de minste wilt zijn, je trots niet overwint om het goed te maken, ook al ben je ervan overtuigd, dat je geen schuld hebt, zondig je tegen de naastenliefde. Immers: indien iemand je op de rechterwang slaat, keer hem dan ook de linker toe; als iemand u vordert een mijl met hem te gaan, ga er dan twee met hem. De liefde gaat immers verder dan de strikte rechtvaardigheid.

Nee, het is over het algemeen niet zo denderend gesteld met onze christelijke naastenliefde. Hoe gemakkelijk halen we onze neus niet op voor mensen, die we dan toch een soortje minder vinden dan onszelf, of doen we uit de hoogte of negeren hen gewoon. Maar ook dat zijn onze naasten die recht hebben op liefde en op een vriendelijk woord van ons.

De motivatie die Jezus geeft voor de naastenliefde is, dat wij navolgers moeten zijn van Gods volmaaktheid, van Gods liefde, die de zon laat opgaan over goeden en slechten, en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Als God goed is voor alle mensen, als Jezus het huis van de tollenaar Zacheüs, die niemand moest, binnengaat; als Jezus eet met tollenaars en zondaars; als God is die als een vader die op de uitkijk staat voor zijn zoon die weggelopen is; als een herder op zoek naar het verloren schaap en ook ons met liefde tegemoet treedt, dan moeten wij onze naaste, wie het ook is, met nederigheid, liefde, hulpvaardigheid en vriendelijkheid tegemoet treden. Als Jezus op het kruis kon bidden voor zijn beulen: Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen; dan moeten ook wij vergeven, nog eer men vergeving gevraagd heeft.

Dat kun je waarschijnlijk alleen als je met de ogen van God naar mensen kijkt, en als je echt van God houdt, als de liefde tot God je motiveert. Echte naastenliefde, die offers weet te brengen, die gepaard gaat met zelfverloochening is, denk ik, alleen mogelijk vanuit een grote liefde voor God, die deze naastenliefde van ons vraagt.

Zo heeft ook Jezus zijn leven kunnen geven op een kruis voor ons, zondige mensen, omdat Hij van de Vader hield en Diens wil wilde volbrengen. Amen.

Bron: www.mennenpr.nl/zondag_7