De heilige Geest opent ons de ogen

4e zondag in de veertigdagentijd A 2017

10974694_783363171730595_1215342634854474672_o

Heeft U ook wel eens last van lichtvervuiling? De laatste jaren wordt steeds vaker opgemerkt dat er in ons land sprake is van lichtvervuiling: het wordt ’s nachts niet meer echt donker. De snelwegen en de straten van de steden zijn zo goed verlicht dat je goed je weg kunt vinden en door die verlichting voelt de mens zich ook veiliger. Daarnaast zijn er buiten de stad kassen die ’s nachts verlicht worden om het gebrek aan zonlicht overdag te compenseren. Echt donkere plekken zijn in Nederland ver te zoeken: misschien de Veluwe of de Wadden. Daar is het nog echt donker…

Aan die overvloed aan licht zit een keerzijde. De sterrenhemel is voor ons in het Westen beperkt tot een handvol kleine speldenknoppen aan een zwarte hemel. De kracht van het maanlicht en het bijzondere van een nacht met volle maan, is ons niet meer bekend. De dageraad met de kleurrijke opkomst van het zonlicht, nog lang voordat de zon zelf al zichtbaar is, valt nauwelijks nog op. Het gehele contrast tussen licht en donker is voor ons moeilijk voorstelbaar. Om het evangelie te begrijpen moeten we proberen dat contrast tussen licht en donker goed voor te stellen.

Er staat meer op het spel dan het geluk van een individuele blinde. We weten dat Jezus’ Hart altijd uitgaat naar een mens die door onheil wordt getroffen. Jezus wil de mens altijd een weg van geluk wijzen. Hier is méér aan de hand. Het is de mensheid zelf met wie met Jezus in gesprek gaat. De mens die zijn oorsprong is vergeten en die tastend zijn weg gaat. Dat tasten is onze dagelijkse realiteit.

Fundamentele waarden rond goed en kwaad worden niet door de mensheid gedeeld. Integendeel: ieder moet voor zich maar die twee uit elkaar houden. Ieder voor zich moet die scheidlijn bepalen. We zijn zeer huiverig om elkaar daarin een weg te wijzen en voor te houden wat wel kan en wat niet kan. Dat leidt tot allerlei wantoestanden en normvervaging: we maken onze eigen normen. Naast asociaal gedrag en agressie kunnen we ook denken aan grootscheepse belasting-ontduiking.

Door Jezus wordt de oorsprong van de mens weer in herinnering geroepen. Wanneer Hij de ogen wast met slijk van de aarde, herinnert Hij de mens weer aan zijn naam: je bent door God uit het stof van de aarde geschapen.

De boodschap van Jezus is: wanneer een mens zich opent voor de aanwezigheid van God, voor de levenwekkende heilige Geest die God geschonken heeft, dan zal de mens scherper kunnen onderscheiden waar hij grenzen moet trekken tussen licht en duisternis, tussen goed en kwaad. Dat zijn steeds weer nieuwe afwegingen, maar geïnspireerd door de scheppende God, durft die mens dat aan, durft die mens – wij dus –  als leerling van Jezus alle situaties aan te pakken. Richtsnoer is dat de liefde van God steeds het laatste en hoogste woord is en dat alles wat de mens doet daar uitdrukking van moet zijn.

Mogen wij op weg naar Pasen het schemer verlaten, het vage tussengebied tussen licht en donker om ons werkelijk te richten op het Licht dat komen gaat en dat ons van de duister zal bevrijden: “Ontwaak gij die slaapt, sta op uit de doodse duisternis, en het licht van Christus zal U verlichten”.

Amen

Vgl. www.preken.be


 

Naastenliefde is niet gemakkelijk

7de zondag door het jaar A

Lev. 19, 1-2.17-18 en 1 Kor. 3, 16-23 en Mt. 5, 38-48

naasteEr wordt misschien nergens zo gemakkelijk en soms te lichtvaardig over gepraat als over de naastenliefde. De meeste mensen zijn er toch wel van overtuigd, dat ze het in dat opzicht niet zo slecht doen. En het excuus dat je vaak hoort van mensen, die het niet zo precies nemen met hun rechtstreekse verplichtingen tegenover God in gebed en eredienst, is; “ja maar, het belangrijkste is toch de naastenliefde. En die breng ik in praktijk”. En men doet dan min of meer alsof naastenliefde vanzelfsprekend is.

De realiteit in onze buurten, in onze families, in onze gezinnen is echter ook vaak anders. Dat zijn lang niet altijd paradijzen. Waarom? Omdat het ontbreekt aan naastenliefde, niet alleen bij de ander maar ook bij mijzelf. Immers naastenliefde is het moeilijkste wat er bestaat op deze aarde. Daar moet je jezelf voor opzij zetten, je “eigen ik” overwinnen en dat is voor niemand gemakkelijk.

“Ja maar, ik ben toch goed voor iedereen”. Is dat werkelijk zo? Of beperkt het zich in feite toch meestal tot degenen die goed zijn voor u. Wie groet je vriendelijk in buurt? Zijn dat werkelijk alle mensen? Ook die mevrouw van de kat die telkens in onze tuin zit en die daar niets aan wil doen? Ook die meneer, die ons niet ziet staan? Als je alleen je broeders groet, zegt Jezus, alleen de mensen die vriendelijk teruggroeten of die je aardig vindt, kun je dan zeggen: ik ben christen, ik heb mijn naasten lief. Dat doen heidenen. Nee, dan kun je niet zeggen ik heb de naasten lief.

Zeg nou zelf: kun je werkelijk onrecht verdragen en vergeven? In hoeveel buurten, in hoeveel families komen er geen ruzies voor tussen gelovigen, tussen mensen die zich beroepen op het feit dat ze de naastenliefde hebben. “Ja maar, hij is begonnen. Ik hoef toch niet alles over mijn kant te laten gaan. Hij moet het maar goedmaken, hij moet toch de eerste stap zetten. Zolang wacht ik af en laat hem voelen dat hij fout zit”. Is dat naastenliefde? Nee, dat is eerder oog om oog, tand om tand. Zolang je niet de minste wilt zijn, je trots niet overwint om het goed te maken, ook al ben je ervan overtuigd, dat je geen schuld hebt, zondig je tegen de naastenliefde. Immers: indien iemand je op de rechterwang slaat, keer hem dan ook de linker toe; als iemand u vordert een mijl met hem te gaan, ga er dan twee met hem. De liefde gaat immers verder dan de strikte rechtvaardigheid.

Nee, het is over het algemeen niet zo denderend gesteld met onze christelijke naastenliefde. Hoe gemakkelijk halen we onze neus niet op voor mensen, die we dan toch een soortje minder vinden dan onszelf, of doen we uit de hoogte of negeren hen gewoon. Maar ook dat zijn onze naasten die recht hebben op liefde en op een vriendelijk woord van ons.

De motivatie die Jezus geeft voor de naastenliefde is, dat wij navolgers moeten zijn van Gods volmaaktheid, van Gods liefde, die de zon laat opgaan over goeden en slechten, en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Als God goed is voor alle mensen, als Jezus het huis van de tollenaar Zacheüs, die niemand moest, binnengaat; als Jezus eet met tollenaars en zondaars; als God is die als een vader die op de uitkijk staat voor zijn zoon die weggelopen is; als een herder op zoek naar het verloren schaap en ook ons met liefde tegemoet treedt, dan moeten wij onze naaste, wie het ook is, met nederigheid, liefde, hulpvaardigheid en vriendelijkheid tegemoet treden. Als Jezus op het kruis kon bidden voor zijn beulen: Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen; dan moeten ook wij vergeven, nog eer men vergeving gevraagd heeft.

Dat kun je waarschijnlijk alleen als je met de ogen van God naar mensen kijkt, en als je echt van God houdt, als de liefde tot God je motiveert. Echte naastenliefde, die offers weet te brengen, die gepaard gaat met zelfverloochening is, denk ik, alleen mogelijk vanuit een grote liefde voor God, die deze naastenliefde van ons vraagt.

Zo heeft ook Jezus zijn leven kunnen geven op een kruis voor ons, zondige mensen, omdat Hij van de Vader hield en Diens wil wilde volbrengen. Amen.

Bron: www.mennenpr.nl/zondag_7


 

Waarom geloof jij nog?

Door een parochiaan uit de parochie van Waalssen-Moorveld

KrachtOmDoorTeGaan2Wie kent niet de vragen: “Waarom geloof jij nog?”, en: “Waarom ga jij nog naar de kerk?” Waar komt die belangstelling vandaan? Wat denkt u; maakt een dergelijke vraag ons onzeker of worden we gekwetst? De mensen die deze vragen stellen zijn zeer gelovig, maar tevens erg onzeker. Men zoekt naar een bevestiging, de zekerheid die alle twijfels wegneemt. Iemand die geen geloof heeft zal deze vraag nooit stellen. Als u en ik geen interesse hebben bijvoorbeeld in golven, waarom zouden wij ons dan mengen in een discussie over golven, dat interesseert ons niet. Waarom zou iemand ons een vraag stellen over het geloof als hem dat niet interesseert. Zo is ook deze vraagstelling: “Waarom ga jij nog naar de Kerk?”

Vaak gebeurt het dat bij een groot verlies van een dierbare men alle vertrouwen opgeeft in de Kerk en het Geloof. ‘Waarom is onze geliefde toch gestorven?’ ‘We hebben zoveel gebeden?’ ‘Waarom moet iemand toch zoveel lijden?’

Er zijn in het leven meer vragen dan antwoorden. Als we mensen ontmoeten die onlangs een dierbare verloren hebben, zoeken we naar troostende woorden, die vaak niet bestaan. We voelen ons schuldig omdat ons dit niet lukt. Vaak is zwijgen of je eigen emoties tonen nog de beste steun. Men kan begrip opbrengen waarom iemand boos reageert omdat ondanks veel bidden niet voldaan wordt aan zijn verwachtingen. De hoop was tevergeefs. Hoe moeten we met deze moeilijke vragen en situaties omgaan?

Wat moeten we denken van de terugloop van het kerkbezoek? Eigenlijk doen de mensen zich zelf te kort. We hebben een prachtige kerk, een rustpunt in onze hectische tijd. Een geweldig koor dat toch maar iedere week present is, die daarbij minstens eenmaal per week een avond opoffert voor de repetitie. We hebben de gelegenheid om deel te nemen aan het Offermaal door Christus voor ons bereidt. Wij kunnen al onze twijfels en onzekerheden en angsten bij Hem neerleggen in gebed en de H. Communie. Het is een groot gemis voor de velen die deze gaven niet willen aannemen.

Hoe sterk is ons geloof in deze tijd, we zoeken naar zekerheden ook in de wetenschap. Filosofen kwamen eeuwen geleden tot de stelling: eerst geloof en dan wetensschap. Tegenwoordig is het andersom. Veel geleerde mensen zijn al jaren bezig met het onderzoek van het ontstaan van het heelal en de wereld. Men stuurt raketten naar Mars om vast te stellen of daar misschien water aanwezig is. Een project van honderden miljoenen Euro’s. In de ontwikkelingslanden sterven tienduizenden kinderen en volwassenen door gebrek aan water. Dit is onze welvaart.

In Dubai is een toren gebouwd van meer dan 800 meter hoog. Waar is de wetenschap mee bezig? In een wetenschappelijk tijdschrift stond een tijd geleden een foto van een super nova, een ster die ontploft was 600 lichtjaren geleden, de afstand in km uitgedrukt, is een getal 2 met 16 nullen. Het heelal is zo immens groot dat nooit enige zekerheid zal verkregen worden over het ontstaan van het heelal. Waarom al deze energie en geld stoppen in deze ontdekkingsprojecten?

Zou het ook in deze tijd niet verstandiger zijn de stelling van de filosofen van vroeger over te nemen, eerst geloven en daarna de wetenschap volgen. Het aanvaarden van de schepping is eenvoudiger. Gelukkig zijn wij hier samen in geloof bij elkaar, met onze beperkingen die we aan onze Heer in het Sacrament van de H.Communie kunnen voorleggen. Wij zijn bevoorrecht.

Gebed tot de Moeder van Goede Raad.

Alles zou ‘k U graag vertellen alle zorgen die mij kwellen. Al mijn twijfels, al mijn vragen kom ik, Moeder, naar U dragen. Mijn toekomst die ik nog niet ken, lieve namen die ik noem, schuld, die ‘k op mij laadde, pijn die ik aan anderen deed, ergernis die ‘k wellicht gaf, mijn vergeten, mijn onthouden, mijn streven en mijn opgeven en mijn zwijgen en mijn oordelen, alles wil ‘k U, Moeder, graag vertellen. ‘k Voeg erbij die kleinigheden die me zo dikwijls moe maken. Elke daad en elk verzuim, elke goede of kwade luim, Moeder van Goede Raad leg ik in uw handen. Gij voert het tot een goed eind. Moeder van Goede Raad, sta me bij met raad en daad”.


 

Oudjaar 2016

2012-2019: Werk voor de glorie en de eer van Jezus Christus

2012-2019-geudens-kleinHet kan niet gemist worden, dat magische moment van de jaarwisseling. Eerst vieren wij oudejaarsavond, die in vele gezinnen een vaste invulling kent: gezelligheidsspelletjes of tv-kijken. Op tv of tablet worden de laatste seconden van het oude jaar hardop afgeteld. En dan is er het magische moment van de jaarwisseling. In huiselijke kring zullen wij elkaar omhelzen en elkaar een Zalig Nieuwjaar toewensen. Intussen schieten de vuurpijlen de lucht in en spatten met een luide knal uit elkaar.

Eigenlijk staat niet alleen deze avond maar de hele decembermaand al in het teken van afronding. Het oude jaar wordt op vele terreinen afgesloten. Er worden alle mogelijke verkiezingen gehouden. De sportman en sportvrouw van het jaar is al gekozen. Het lijkt erop, alsof elk jaar tot een wedstrijd wordt gemaakt. Verder zijn er allerlei beschouwingen over de economie of over de wereldpolitiek en het kerkelijke leven.

Vele jaaroverzichten zijn te bekijken…

View original post 361 woorden meer

Preek voor de kleine zielen: Jozef blijft op God vertrouwen

Legioen Kleine Zielen van het Barmhartig Hart van Jezus

St. Jozef blijft op God vertrouwen, zelfs als de wereld op zijn kop staat

Op de laatste zondag van de advent wordt de schijnwerper gezet op Maria en Jozef. Zij wijzen ons op het wonder van de geboorte, want God de Zoon wordt geboren op een bijzondere wijze, die wij enkel in geloof kunnen aannemen. Dat kan een innerlijke worsteling betekenen. Bij Jozef was dat niet anders. Hij heeft zelfs gedacht in stilte van Maria te scheiden. Waar gaat het over bij Jozef? Een scheiding? Waarom? Niet omdat hij niet van Maria zou houden, niet omdat Maria niet van hem zou houden. Een scheiding waarom? Ze zijn net verloofd. Voor de Joodse wet zijn ze al man en vrouw. Alleen woont Maria nog niet in zijn huis. Maar er is al een jawoord aan elkaar gegeven. En dan nu plotseling een scheiding?

Waarom wil Jozef scheiden? Het antwoord lijkt heel…

View original post 437 woorden meer

Advent op weg naar Kerstmis

1ste zondag van de Advent, jaar A 2016.

advent-hh

Foto: Advents’krans’ in de kerk H.Hart van Jezus, Nieuwenhagerheide


Jesaja 2,1-5. Visioen wat Jesaja, de zoon van Amos, gezien heeft betreffende Juda en Jeruzalem. Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de Heer rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Alle volken zullen daar samenstromen, machtige naties zullen zeggen: ‘Laten we optrekken naar de berg van de Heer, naar de tempel van Jakobs God.  Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen.’ Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht, vanuit Jeruzalem spreekt de Heer. Hij zal rechtspreken tussen de volken, over machtige naties een oordeel vellen. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is. Nakomelingen van Jakob, kom mee, laten wij leven in het licht van de Heer.


Matteüs 24,37-44. In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: ‘Zoals het ging in de dagen van Noach, zo zal het gaan bij de komst van de Mensen­zoon. Zoals toch de mensen in de dagen voor de zondvloed doorgingen met eten en drinken, met huwen en ten huwelijk geven, tot op de dag, waarop Noach de ark binnenging, en zij niets vermoedden, totdat de zond­vloed kwam en allen wegrukte: zo zal het ook gaan bij de komst van de Mensenzoon. Dan zullen er twee op de akker zijn: de een wordt meegenomen, de ander achter­gelaten; twee vrouwen zullen met de molen aan het malen zijn: de een wordt meegenomen, de andere achtergela­ten. Weest dus waakzaam, want gij weet niet op welke dag uw Heer komt. Begrijpt dit wel: als de eigenaar van het huis wist op welk uur van de nacht de dief zou komen. zou hij blijven waken en in zijn huis niet laten inbreken. Weest ook gij dus bereid, omdat de Mensen­zoon komt op het uur, waarop gij het niet verwacht.’


ADVENT, OP WEG NAAR KERSTMIS 

Het woord ‘Advent’ heeft zijn wortels in de Latijnse taal. Het woord ‘adventus’ betekent ‘komst’ en ‘advenire’ wil zeggen ‘naar iets of iemand toekomen’. Als gelovigen vieren wij dat God naar ons toekomt in zijn Zoon Jezus Christus. Jezus is de Emmanuel, God-met-ons. Gods Zoon wordt mens.

Kerstmis is een belangrijk christelijk feest want met de geboorte van Jezus vieren we dat God zelf mens wordt. Hij is midden in onze menselijke onmacht van kwaad en verdriet gekomen om ons daaruit op te tillen. Er gaan zoveel dingen verkeerd in onze wereld en daar hebben wij zelf geen oplossing voor. Jezus is gekomen om ons daaruit te verlossen en een nieuw Leven‚ in Hem aan te bieden.

Jezus eerste en tweede komst 

Natuurlijk is de adventstijd op de eerste plaats een tijd van verlangend uitzien naar het geboortefeest van Jezus. God is mens geworden in de gedaante van een klein hulpeloos kind! Dat is voor ons niet slechts een gebeurtenis uit een ver verleden. Het is iets om ons nog altijd, elke dag, over te verheugen, te verwonderen en dankbaar voor te zijn!

Toch is de advent meer dan alleen maar een voorbereiding op het geboortefeest van Jezus. Het gaat niet alleen om kaarsjes en een stal om vredig bij weg te dromen. Wie de evangelies van deze voorbereidingstijd doorleest, komt tot de ontdekking dat wij soms flink wakker worden geschud. Steeds worden we eraan herinnerd: Neem Gods Boodschap ter harte, het is van levensbelang! Durf te veranderen! Blijf niet op dezelfde voet doorleven! Werk mee aan Jezus‘ komst in onze harten, levens, gezinnen, en onze omgeving.

Daarom is de advent ook een tijd van voorbereiding op de wederkomst van Christus op het einde der tijden, zijn ‘tweede’ komst. Dan zal Hij ons ter verantwoording roepen. Wanneer dat zal gebeuren weet niemand. Wij weten ook niet wanneer dat einde van ons eigen leven zal gebeuren. Daarom is het van belang ons geloof altijd levend te houden en het niet te laten verslappen of verflauwen. Vandaar ook de oproep in deze Advent om waakzaam te zijn.

Naar God toe gaan 

God komt naar ons toe. Maar wij worden in deze tijd ook opgeroepen om naar God toe te komen. Om ons meer naar God toe te keren in de manier waarop wij denken, in onze hele manier van leven. Met een wat moeilijker woord heet het dan: wij worden opgeroepen ons te bekeren. Daarom is de advent ook een tijd van bezinning.

We zien dit aan het paarse kazuifel (van de priester), want paars is de kleur van bezinning en bekering. We merken het aan het ontbreken van het Eer aan God (het Gloria) in de zondagse liturgie. Pas met Kerstmis zal dit loflied van de engelen weer vol blijdschap in de kerk gezongen of gebeden worden.

Overwegingen Advent 

Heer, onze God, help ons waakzaam te blijven op elk uur van de dag en van de nacht.

Open onze ogen om uw licht te ervaren.

Open onze oren om naar uw stem van waakzaamheid te luisteren.

Open onze mond om ook bij anderen te getuigen van uw aanwezigheid.

Open ons hart om de komst van Jezus in onze ziel voor te bereiden en om ons intens met Hem verbonden te weten.

Open onze geest om de oppervlakkigheid van het leven te doorbreken.

Open onze handen om genadevol te zijn voor de gekwetste mens.

Misschien dat Gij, met Kerstmis, dan ook in ons hart geboren wilt worden.

 

Waakzaam zijn: je leven beschouwen als een Advent

Eerste zondag van de Advent – A 2016.

Jes. 2, 1-5; Rom. 13, 11-14; Mt. 24, 37-44

14054063_1328840837150284_1118962661237226151_n

 Foto: Adventskransen gemaakt door kinderen van groep 4 van de school Opgenhei


Waakzaam zijn: je leven beschouwen als een Advent

Dromen zijn bedrog, is een bekend Nederlands gezegde. En als we oude visioenen van de profeet Jesaja nalezen, dan zijn we misschien geneigd dit gezegde over te nemen. We hebben het gehoord in de eerste lezing: de volken zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers, hun speren tot sikkels. Niemand zal nog leren oorlog voeren… De werkelijkheid is zo heel anders en we hebben het gevoel, dat we uit onszelf dat visioen nooit tot werkelijkheid kunnen maken. Het zal altijd wel oorlog blijven, dan hier dan daar. Dat leert de geschiedenis, dat is de aard van de mens.

Hier botsen twee visies op elkaar, de visie van de profeet en de visie van de realist, van iemand dus die van de werkelijkheid uitgaat zoals die nu is. En dat is dan meteen misschien wel het belangrijkste onderscheid tussen de gelovige en de ongelovige. De ongelovige, die zich aanpast aan de omstandigheden van het moment, die niet al te veel verwacht maar er hoogstens het beste van probeert te maken. En de gelovige, die weet, dat het visioen van de profeet geen droom is, maar een werkelijkheid die komt, niet omdat mensen het helemaal uit zichzelf moeten doen, maar omdat God erachter staat, omdat Hij het beloofd heeft. Er zal een rijk van vrede komen, geen rijk door mensenhanden gemaakt, maar het rijk van God zelf, het hemelse koninkrijk.

Ja, ja zeggen dan de meeste mensen, dat is mooi en wel. We wachten wel af, dan zullen we wel zien, maar dat is nu juist onmogelijk: afwachten en wel zien. Dat deden de mensen ook in de tijd van Noach, zegt Jezus. Ze zagen Noach aan de ark bouwen op droog land en ze zeiden; “die vent is gek” en zelf gingen ze door met de dingen die ze belangrijk vonden op dat moment, eten en drinken, feestvieren.

Maar de zondvloed kwam en niemand overleefde het, alleen Noach in zijn ark. Hij had zijn kaarten op God gezet… Afwachten en we zullen wel zien, of er vrede komt, of er een hemel is, of de beloften van God waar zullen blijken, dat staat gelijk met ongeloof. Dat staat gelijk met een zekere ondergang.

Het visioen van Jesaja wordt voor ons geen werkelijkheid, als we werkeloos blijven toezien en zomaar afwachten tot het misschien op komt dagen. Verwachten en waakzaam zijn dat is de houding van de gelovige. En hoe we moeten verwachten en waakzaam zijn, weten we best. Immers dat rijk van God is niet alleen maar toekomst. Het is nu al werkelijkheid temidden van ons. Sinds Christus’ komst in deze wereld is dat rijk in mensen aan het groeien, verborgen soms als een mosterdzaadje, maar de kiem is gelegd. Van Christus weten we, wanneer we behoren tot dat Rijk. Van Christus weten we wat eeuwigheidswaarde heeft in een mensenleven en wat niet.

Geloven betekent dan: je door Hem laten onderwijzen, door Hem je leven op een rijtje laten zetten. En dat gaat niet vanzelf. Daar is een hele duidelijke keuze voor nodig, die je steeds weer opnieuw moet maken; waarin je nooit tevreden kunt zijn met je zelf, omdat je het nooit helemaal haalt bij wat Christus ons voorhoudt. Gelovig zijn is je steeds weer bekeren tot Christus. Je moet immers bij Hem horen om deel te kunnen uitmaken van Gods eeuwig Rijk. Hij moet in je leven kunnen komen hier en nu. Hij moet je leven kunnen doordringen. Hij moet je Heer zijn. Dan alleen zal Hij je, als Hij definitief komt, meenemen in zijn eeuwig Koninkrijk.

Het evangelie is zeer ernstig in deze: nu is het nog de tijd om waakzaam te zijn, om je te bekeren. Als Hij eenmaal komt, zal het definitief te laat zijn om nog iets te doen. En weet wel: Hij komt als een dief in de nacht. In het licht van deze woorden is het best angstig als je ziet hoeveel mensen, ook mensen die zich christen noemen, lichtzinnig omgaan met de tijd die ze hebben.

Zo definitief en rechtvaardig is het oordeel, zegt Jezus dat er twee op een akker zijn: de één wordt meegenomen en de ander achtergelaten. De een hoort erbij en de ander niet, net als bij Noach. Je kunt doorgaan met je leven te vullen met allerlei oppervlakkige dingen, zoals geld, goed, plezier, je eigen genoegens volgen, zelf uitmaken wat goed of slecht is, aan God geen of nauwelijks een boodschap hebben, weet dan wel dat je geen toekomst hebt. Dan ligt het echt allemaal in het hier en het nu. En dat gaat zeker voorbij.

Je kunt ook waakzaam zijn, je leven beschouwen als een advent, als een voortdurend verwachten van de komst van de Heer en zijn Rijk en daarop je leven inrichten, daarop al je kaarten zetten: Godsvertrouwen, je richten naar zijn geboden, trouw lid van de Kerk zijn, liefde, soberheid, rechtvaardigheid, de minste willen zijn. Dan zal de Heer je meenemen, als Hij komt, naar zijn hemels Koninkrijk. Dan is ook Kerstmis niet een dag van gevoeligheid en valse vrede, maar het feest van het Koninkrijk, dat begonnen is in de stal, waar wij nu door onze daden bijhoren en dat eens bij de wederkomst van de Heer zal worden voltooid. Amen.

Bron: Mennenpr


 

Pastoor Penne: Gedachten bij de kerstboom

christmas-tree-photoshop


Eens het december is, worden overal kerstbomen neergezet. In onze huizen en onze straten geven de kerstbomen heel wat gezelligheid en sfeer. De meeste van onze christenen hebben zeker een kerstboom in huis. Toegegeven, het is zeker vanouds een heidens symbool, op internet kun je er heel wat verhalen over vinden.  Maar de kerstboom heeft in de loop der jaren zijn duidelijke plaats gekregen bij de christenen, in de kerken en waar christenen werken en komen. Ik denk daarbij ook aan de grote kerstboom die ieder jaar op het Sint-Pietersplein in Rome wordt neergezet. Ik ken maar weinig christenen die geen kerstboom in huis hebben. Het zal sommige mensen verrassen maar het “Klein Rituale”, een boek uit de Rooms-Katholieke Kerk met teksten voor zegeningen, voorziet zelfs in de zegening van een kerstboom. Het heidense symbool wat de kerstboom weleer was kan voor ons, christenen, een gelovige betekenis hebben.
Welke gelovige betekenis kan de kerstboom voor ons, christenen, hebben ? Een antwoord daarop vond ik in dat “Klein Rituale”, dat zegeningsboek, in nr. 843. De kerstboom mag ons laten denken aan twee belangrijke bomen waarvan sprake is in de Heilige Schrift.

De eerste boom waar we mogen aan denken wanneer we de kerstboom zien is “de levensboom, geplant midden in de hof van Eden”. Die groene boom die we neerzetten in de winter, de tijd dat de hele natuur dood en dor lijkt, verwijst ons naar het symbool van de onsterfelijkheid, waarover we kunnen lezen in het Bijbelse boek Genesis 2,9: “De Heer God liet uit de grond allerlei bomen opschieten, aanlokkelijk om te zien en heerlijk om van te eten. Midden in de tuin stonden de boom van het leven en de boom van de kennis van goed en kwaad.”

De tweede boom waaraan de kerstboom ons mag laten denken is “de kruisboom en krijgt dus een christologische betekenis: Christus is de ware levensboom, geboren uit ons geslacht, uit de maagdelijke, heilige aarde die Maria is, de altijd groene boom, rijk aan vruchten”.

Een kerstboom met zijn lichtjes worden ’s avonds ontstoken. Een mooi symbool van licht in de donkerste dagen van het jaar. Zo is die kerstboom met zijn lichtjes een verwijzing naar het kerstverhaal waar in de nacht van de geboorte van Jezus Christus de herders met een licht werden omhuld. In het tweede hoofdstuk van het Lucasevangelie lezen we: “Plotseling stond een Engel des Heren voor hen en ze werden omstraald door de glorie des Heren zodat ze door grote vrees werden bevangen”. De kerstboom met zijn lichtjes verwijst ons naar het geboortefeest van Jezus, die in het Johannesevangelie genoemd wordt “het ware licht dat iedere mens verlicht kwam in de wereld” (Johannes 1,9). Elk van ons wordt uitgenodigd om zijn licht toe te laten, in zijn licht te leven en zijn licht uit te dragen.
Zelfs de pakjes onder de kerstboom worden vernoemd in het zegeningsboek: “Een christelijke versiering van de boom kan ook ‘geschenken’ toevoegen: tot de geschenken die onder de kerstboom gelegd worden, behoort ook een gave voor de armen”.

In het zegeningsgebed dat de priester gebruikt wordt helemaal verwezen naar de vreugde die Kerstmis voor de gelovigen moet brengen en waarvan de kerstboom het symbool is. De priester bidt: “Wij bidden U, zegen deze kerstboom die vreugde zal brengen in het christelijke gezin. Laat deze uitbeelding van het mysterie van de menswording het geloof van ouders en volwassenen ondersteunen, de hoop van kinderen doen herleven en in allen de liefde doen toenemen.”

Pastoor A. Penne, www.priesterpenne.be


 

33ste zondag door het jaar – C

INLEIDING

blank_page_intentionally_end_of_book


Wanneer we een roman lezen, voelen we af en toe de neiging even naar de laatste bladzijden te kijken. We willen weten hoe het afloopt. We zijn benieuwd of we dezelfde namen, dezelfde personen nog terugvinden van het begin. We willen weten wie het laatste hoofdstuk niet meer haalt. Het slot van een boek, het einde van een verhaal is belangrijk. Het geeft een ontknoping of laat een hoop vragen open. Of het eindigt gewoon met; “ze leefden nog lang en gelukkig.”

BEZINNING

In deze evangelielezing vanavond/vandaag bladert Jezus vooruit naar de laatste bladzijden van zijn leven hier op aarde. Het is een beknopt verslag van zijn eigen laatste dagen. We hoeven alleen de namen en de data nog aan te vullen en we hebben een compleet overzicht van wat er vanaf Witte Donderdag tot Pasen met Hem gebeurt.

Alles staat erin vermeld. Verraden door een vriend wordt Hij overgeleverd aan de synagoge en de stadhouder. Voor Annas, Kajafas en Pilatus moet Hij zich verantwoorden. Haast niet meer als mens, maar als een voorwerp van haat wordt Hij voor de koning gevoerd: “Samen met zijn soldaten hoonde en bespotte Herodes Hem.” Voor Jezus loopt het uit op het geven van getuigenis. “Ik heb openlijk tot de wereld gesproken. Er is niets dat Ik in het geheim heb gesproken.” Ook in die moeilijke momenten spreekt Hij een taal en een wijsheid, die geen van zijn tegenstanders kan weerspreken. “Ondervraag de mensen die gehoord hebben wat Ik hun heb verkondigd. Die weten goed wat Ik heb gezegd.” Als een lam dat ter slachtbank wordt geleid, hoort ook Jezus bij die sommigen van u die ter dood worden gebracht. Maar “door standvastig te zijn”, door niet zijn wil, maar Gods wil te laten geschieden, zal Hij op de morgen van Pasen het leven winnen. Geen haar van zijn hoofd gaat verloren, geen stuk van zijn gebeente wordt verbrijzeld.

Jezus bladert even vooruit naar de laatste bladzijden van zijn leven. Maar Hij doet het niet uit nieuwsgierigheid. Hij weet wat Hem te wachten staat. Hij doet het voor zijn leerlingen en voor ons.

Als zijn volgelingen kunnen wij zijn levensverhaal niet naast ons neerleggen. Het grijpt in op ons eigen leven. Zijn verhaal en het onze vloeien in elkaar over. Ook hier is de ervaring de beste leermeester. Door in alles aan de mens gelijk te worden, is Hij voor ons een goddelijke raadsman geworden. Wanneer mensen omwille van hun overtuiging worden gegrepen, gefolterd of gevangen gezet, dan weten zij dat er vóór hen Iemand in die cel gezeten heeft. Wanneer mensen omwille van hun geloof voor rechtbanken en stadhouders worden gevoerd, dan kunnen zij een beroep doen op een goddelijke advocaat met een taal en een wijsheid die niemand kan weerspreken. Maar ook al komen wij, met ons leven, niet in zo’n dramatische situatie terecht, toch moeten wij ons inprenten dat het ook voor ons zal uitlopen op het geven van getuigenis. Ook op onze weg langs de bladzijden en de hoofdstukken van ons levensboek is het alleen door standvastig geloof dat we het leven zullen winnen.

Het is goed dat Jezus vooruitbladert naar het einde van zijn en ons levensverhaal. Het geeft de ontknoping weer. ”Geen haar van uw hoofd zal verloren gaan.‘ Er blijven ook nog vragen open. Want niemand van ons is met de afloop bekend.

Maar door standvastig geloof kan ook ons boek eindigen met een heel bekende zin: “En zij leefden nog lang en gelukkig”; wij mogen het eeuwige leven winnen.

Uit; Postel Brepols, 727-729.